Banner

Ruimte in Regels

Een overzicht van mogelijkheden binnen huidige wet- en regelgeving richting inclusie.


In het beleidskader 'Met elkaar voor alle kinderen en jongeren werken aan een inclusieve leeromgeving' is uitgewerkt wat onder inclusief onderwijs wordt verstaan en hoe een inclusieve leeromgeving eruitziet.


Veel scholen zetten binnen de huidige kaders al stappen richting inclusief onderwijs. Binnen het thema ‘Ruimte in regels’ maken we helder waar die ruimte zit. We maken hiervoor onderscheid in drie deelgebieden (zie kader hiernaast).

Door het delen van deze informatie en goede voorbeelden kunnen we met en van elkaar leren.
Veel ontdek- en leesplezier!

Mocht je opmerkingen of aanvullingen hebben over Ruimte in Regels, dan horen wij dit graag. Dit overzicht is met zorg samengesteld, maar je kunt hieraan geen rechten ontlenen.

Versie november 2024. © 2024 Steunpunt Passend Onderwijs, Utrecht

icnMeer lezenSluit
Banner
Terugblik hybride bijeenkomst Samen voor de Jeugd | Stevige lokale teams

Bekijk terugblik

Veelgestelde vragen

  • In het ondersteuningsplan legt het samenwerkingsverband vast hoe passend onderwijs in hun regio wordt vormgegeven. Dit ondersteuningsplan wordt ten minste 1 keer per 4 jaar opgesteld. Het ondersteuningsplan is gebaseerd op de schoolondersteuningsprofielen (SOP) van de deelnemende scholen.

    Inhoud van het ondersteuningsplan

    In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband VO-VSO worden de volgende onderdelen beschreven:

    • Welke basisondersteuning wordt geboden aan leerlingen op alle vestigingen van scholen in het samenwerkingsverband;
    • De manier waarop het samenwerkingsverband een samenhangend geheel van voorzieningen organiseert voor extra ondersteuning binnen de scholen en/of bovenschools;
    • De procedure en de criteria voor de plaatsing van leerlingen op scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (vso) of het praktijkonderwijs (pro); de procedure en criteria voor het beoordelen of een leerling is aangewezen op het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en de duur van de ondersteuningstoewijzing lwoo;
    • De procedure en het beleid voor de terugplaatsing of overplaatsing naar het voortgezet onderwijs voor leerlingen van wie de duur van de toelaatbaarheidsverklaring is afgelopen;
    • De beoogde en bereikte kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van het onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben;
    • De manier waarop het samenwerkingsverband ouders informeert over de ondersteuningsvoorzieningen en over de onafhankelijke ondersteuningsmogelijkheden voor ouders;
    • Financiën:
      – De procedure en criteria voor de verdeling, besteding en toewijzing van ondersteuningsmiddelen en ondersteuningsvoorzieningen aan de scholen, inclusief een meerjarenbegroting. Het gaat hierbij zowel om het budget voor zware ondersteuning als voor lichte ondersteuning.
      – De afspraken die zijn gemaakt over de overdracht van middelen voor zware ondersteuning voor leerlingen die na de jaarlijkse teldatum van 1 oktober instromen in het (v)so, inclusief de afspraken die zijn gemaakt over de overdracht van middelen aan het samenwerkingsverband door scholen bij een ontoereikend budget voor zware ondersteuning.
      – De voorwaarden die worden gelden voor scholen om in aanmerking te komen voor een LWOO-licentie en daarmee voor bekostiging van leerwegondersteunend onderwijs.

    Vaststelling ondersteuningsplan

    Voordat het plan kan worden vastgesteld, voert het samenwerkingsverband op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de gemeente(n). Ook moet de ondersteuningsplanraad (OPR) instemmen met het ondersteuningsplan.

  • Nee, dit hoeft niet. Om de bureaucratische last voor scholen te verminderen gaat de Inspectie van het Onderwijs akkoord met het ‘inbedden’ van de samenwerkings-/symbiose-overeenkomst in het ontwikkelingsperspectief (OPP). In de richtlijn symbiose staat de huidige symbioseregeling beschreven en kun je vinden welke onderdelen van de schriftelijke overeenkomst bij symbiose toegevoegd moeten worden aan het ontwikkelingsperspectief.

  • Veel scholen zijn in de veronderstelling zijn dat zij een leerling niet mogen inschrijven als deze minder dan 50% van het onderwijsprogramma volgt. Deze veronderstelling is niet correct. Wanneer er voor een leerling afwijking van de onderwijstijd is aangevraagd en goedgekeurd, kan er tijdelijk ook een zeer beperkt aantal uren onderwijs gegeven worden.

    De wet en de beleidsregel inzake het instemmen met afwijking onderwijstijd doen geen uitspraken over een minimum percentage van de onderwijstijd die de leerling in dit geval aanwezig moet zijn.

  • Sinds 1 januari 2015 is de voorliggendheid van onderwijs op zorg met de hervorming van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten komen te vervallen. Onderwijs en langdurige zorg zijn sindsdien eenvoudiger te combineren omdat in de Wet langdurige zorg onderwijs niet langer als voorliggende voorziening wordt gezien. Een vrijstelling van de leerplicht is daarom niet meer nodig om zorg te kunnen ontvangen. Hierdoor kunnen onderwijs en langdurige zorg samen en tegelijk ondersteuning bieden.

    In de wet staat dat een onderwijsinstelling geen bekostiging ontvangt voor een leerling wanneer hij vóór 1 oktober meer dan 50% van de onderwijstijd ongeoorloofd verzuimd. Afwijken van de onderwijstijd op grond van de beleidsregel inzake het instemmen met afwijking onderwijstijd (Variawet) is echter geen ongeoorloofd verzuim. Er is voor deze leerling immers (tijdelijk) een ander aantal onderwijsuren vastgesteld.

  • De jeugdarts en leerplichtambtenaren hebben geen (formele) rol hierin. Het betreft namelijk geen voorziening gebaseerd op de leerplichtwet. De school waar de leerling staat ingeschreven vraagt de afwijking onderwijstijd aan.

    Lees verder voor meer informatie over afwijking onderwijstijd.

  • In de wet staat dat een onderwijsinstelling geen bekostiging ontvangt voor een leerling wanneer hij vóór 1 oktober meer dan 50% van de onderwijstijd ongeoorloofd verzuimd. Afwijken van de onderwijstijd op grond van de beleidsregel inzake het instemmen met afwijking onderwijstijd is echter geen ongeoorloofd verzuim. Er is voor deze leerling immers (tijdelijk) een ander aantal onderwijsuren vastgesteld.

  • De Jeugdwet biedt geen wettelijke grondslag voor het inzetten van een onderwijsvoorziening. Dit betekent dat de gemeente niet verplicht is een onderwijsvoorziening te leveren op grond van de Jeugdwet. Dit wil niet zeggen dat het niet mag of verboden is. Dit biedt enige ruimte voor gemeenten hier tijdelijk een eigen invulling aan te geven (uiteraard in overleg met onderwijs- en zorgaanbieders) bijvoorbeeld in de vorm van een tijdelijke oza-constructie.

    Het zorgkantoor kan vanuit de Wlz geen onderwijs financieren. Vanuit de Wlz kan onder andere dagbesteding worden geboden. Binnen de dagbesteding worden wel educatieve activiteiten aangeboden, bijvoorbeeld het aanleren van een dagstructuur. Dit is geen onderwijs. Dat betekent voor oza dat de ruimte vooral gezocht moet worden in de samenwerking tussen zorg (dagbesteding) en onderwijs in het invullen van het dagprogramma voor deze kinderen.

  • Er leven veel vragen rond privacy en het delen en verwerken van persoonsgegevens tussen gemeenten, jeugdhulp en samenwerkingsverbanden. Deze verzameling van de veelgestelde vragen geeft antwoorden.

    In deze FAQ staan antwoorden op vragen rond de volgende onderwerpen:

    • Vragen over Convenant
    • AVG, verschillende wetgeving en beroepscodes
    • Vragen over proces en rol ouders

    Privacyconvenant

    Met het Privacy Convenant worden afspraken vastgelegd tussen gemeenten, jeugdhulp en samenwerkingsverbanden over het verwerken van persoonsgegevens van jongeren (en eventueel hun ouders) in de samenwerking tussen deze partijen.

    Privacy tool

    Zoek je andere informatie over privacy en passend onderwijs? Bezoek dan onze digitale privacy tool. De tool is een praktische vertaling van wet- en regelgeving en geeft aan de hand van processtappen een overzicht van de privacyaspecten en veelgestelde vragen.

     

  • Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een TLV voor deze leerling noodzakelijk. Zonder TLV kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs. Wel kan er tussen school en samenwerkingsverband worden afgesproken dat de middelen behorende bij de TLV worden teruggestort aan het samenwerkingsverband. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om leerlingen in te schrijven in het regulier onderwijs en met het samenwerkingsverband apart afspraken te maken over aanvullende ondersteuning.

  • Nee dit is niet mogelijk. Leerlingen kunnen niet als onbekostigd worden ingeschreven. Voorheen moesten leerlingen die vanaf het begin van het schooljaar tot 1 oktober meer dan de helft van het aantal schooldagen zonder geldige reden niet aanwezig waren, worden geregistreerd als ongeoorloofd verzuim. Hierdoor werden zij in de oude systematiek aangemerkt als niet-meetellend voor de bekostiging. Met het ingaan van de Wet Vereenvoudiging bekostiging voor het primair onderwijs d.d. 1 april 2022 is deze bepaling komen te vervallen (zie Staatsblad 2022, 4 onder 3.1.2. verzuim). 

     

    Voor inschrijving van een leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs is in alle gevallen een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) nodig. Op basis van deze inschrijving ontvangt de school bekostiging vanuit DUO. 

     

    In voorkomende gevallen waarin de verwachting is dat een leerling niet of nauwelijks naar school zal kunnen gaan gedurende een langere periode, is het mogelijk dat samenwerkingsverbanden en (v)so-scholen samen voor die leerling afspraken over de bekostiging van de leerling. In die situaties waarin de basisbekostiging (lumpsum) afdoende is om het onderwijs- en ondersteuningstraject van de leerling vorm te geven, kan afgesproken worden dat de (v)so-school de ondersteuningsmiddelen die ontvangen zijn op basis van de tlv geheel of gedeeltelijk teruggestort worden aan het samenwerkingsverband dat de tlv heeft afgegeven.  

    Klik hier voor meer informatie over maatwerk in het onderwijs.

  • Ja dit mag. Het vso mag zelf de entreeopleiding aanbieden en vormgeven[1]. Diplomering kan alleen in samenwerking met een publieke mbo-instelling. Het is niet mogelijk deze samenwerking aan te gaan met een particuliere mbo-aanbieder, omdat particuliere opleidingen c.q. private instellingen niet bekostigd mogen worden met publieke middelen.

    In het OPP van de leerling wordt verantwoord waarom entree onderwijs het beste is voor deze leerling en de grootste kans biedt op het behalen van een diploma/startkwalificatie.

    Leerlingen die binnen het vso een entreeopleiding volgen, hebben altijd het uitstroomprofiel vervolgonderwijs[2]. Zij werken in een diplomagerichte route toe naar een diploma mbo-niveau 1, dat toegang geeft tot een vervolgopleiding. Ook wanneer de jongere naar verwachting geen gebruik zal gaan maken van deze optie en uit zal stromen naar arbeid, wordt het uitstroomprofiel vastgesteld op vervolgonderwijs. Het onderwijs in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel bereidt leerlingen voor op functies op de arbeidsmarkt op een niveau dat ligt onder het niveau van de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

    [1] WEC Artikel 3 lid 8

    [2] WEC Artikel 14c

  • De jongeren die binnen een onderwijszorgarrangement onderwijs willen gaan volgen op basis van de afwijkingsmogelijkheden uit de experimenteerregeling moeten worden ingeschreven op een school. Het is geen verplichting om alle jongeren binnen een initiatief in te schrijven op een school. Zonder inschrijving kunnen zij echter geen gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheden uit het experiment. Indien een leerling een vrijstelling onder 5a had, dan blijft deze vrijstelling behouden gedurende de looptijd van het experiment. Voor de school geldt een aangepaste zorgplicht als ze deze leerlingen inschrijven. De zorgplicht inzake de inschrijving en verwijdering komt te vervallen. Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een tlv voor deze leerling noodzakelijk. Zonder tlv kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs.

  • Het experiment heeft een looptijd van vijf jaar, tot januari 2028. Gedurende het experiment wordt de voortgang gemonitord en wordt parallel gewerkt aan het aanpassen van de wet- en regelgeving om de afwijkingsmogelijkheden (indien effectief) ook structureel mogelijk te maken.

  • Onder de reguliere wetgeving mag dit niet. Wanneer de school gebruik maakt van de beleidsregel Experiment inclusieve leeromgeving kan dit wel. En uiteraard kunnen leerlingen in het kader van de symbioseregeling een deel van hun onderwijstijd onderwijs krijgen in een ander onderwijstype. Hiervoor hoeven niet meer voortdurend samenwerkings- of symbioseverklaringen te worden opgesteld. Het volstaat om in het ontwikkelingsperspectief (OPP) op te nemen op welke plaatsen het onderwijs word gevolgd. Zie hier voor meer informatie.

    Samenwerkings-/symbiose-overeenkomst opgenomen in het ontwikkelingsperspectief:
    “Het opstellen van een symbiose-overeenkomst brengt bureaucratische handelingen met zich mee. Zeker wanneer het gaat om grote aantallen leerlingen kan deze bureaucratische last onevenredig zwaar zijn in relatie tot het te beschermen belang. Om de bureaucratische last te verminderen is de Onderwijsinspectie ermee akkoord dat de scholen de schriftelijke overeenkomst ‘inbedden’ in het ontwikkelingsperspectief. Over enkele onderdelen die de symbiose-overeenkomst moet omvatten hebben partijen immers al eerder afspraken gemaakt en zijn deze schriftelijk vastgelegd in het ontwikkelingsperspectief. Concreet: in het ontwikkelingsperspectief treffen we al aan:

    • de tijdspanne waarin de leerling onderwijs op de andere school volgt;
    • de inhoud van het onderwijs (onderwijsactiviteiten, vakken);
    • de omvang (aantal uren) en wie het onderwijs of de activiteiten uitvoert”.
  • Samenwerkingsverbanden hebben verschillende mogelijkheden om arrangementen toe te kennen aan reguliere scholen of  scholen voor gespecialiseerd onderwijs. Er kunnen individuele arrangementen worden toegekend gericht op één leerling of collectieve arrangementen gericht op  meerdere leerlingen. Een arrangement kan bestaan uit de inzet van middelen en/of de inzet van personen.

    Samenwerkingsverbanden maken hierover zelf afspraken met hun scholen. Deze afspraken beschrijven ze in het ondersteuningsplan, dat eens in de 4 jaar wordt vastgesteld. Voor de leerlingen die gebruik maken van het arrangement, dient een ontwikkelingsperspectief (OPP) te worden opgesteld.

    Voorbeelden:

    • Een samenwerkingsverband kent een reguliere school extra middelen toe, waardoor ze een andere context kan bieden voor een specifieke doelgroep van leerlingen, die anders naar een sbo of so school zouden moeten gaan.
    • Een samenwerkingsverband kent een individuele leerling op een reguliere school een  arrangement toe, waardoor het voor deze leerling mogelijk is om binnen de reguliere school onderwijs te blijven volgen.
  • Samenwerkingsverbanden hebben verschillende mogelijkheden om arrangementen toe te kennen aan scholen voor gespecialiseerd onderwijs. Er kunnen individuele arrangementen worden toegekend gericht op één leerling of collectieve arrangementen gericht op meerdere  leerlingen. Een arrangement kan bestaan uit de inzet van middelen en/of de inzet van personen.

    Samenwerkingsverbanden maken hierover zelf afspraken met hun scholen. Deze afspraken beschrijven ze in het ondersteuningsplan, dat eens in de 4 jaar wordt vastgesteld. Voor de leerlingen die gebruik maken van het arrangement, dient een ontwikkelingsperspectief (OPP) te worden opgesteld.

     

    Voorbeeld:

    Een samenwerkingsverband kent een arrangement toe aan een so-school waar leerlingen zitten met een TLV (categorie 1: laag). Dit arrangement biedt de school de mogelijkheid om tijdelijk een meer passende context te bieden voor een groep leerlingen, waardoor ze niet verwezen hoeven te worden naar een andere voorziening of thuis komen te zitten.

  • Het spreiden van het examen over twee schooljaren valt onder het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 (artikel 3.56 Spreiding voltooiing eindexamen). Het bevoegd gezag meldt dit bij de Onderwijsinspectie.

    Dit valt niet onder de beleidsregel afwijking onderwijstijd.

    Uitvoeringsbesluit WVO 2020 (artikel 3.56)

  • Er hoeft geen aanvraag te worden ingediend bij ziekte of wanneer een leerling vanwege een medische of psychische behandeling (intern of extern) niet kan deelnemen aan het onderwijsprogramma op school. Dit valt onder artikel 11d van de Leerplichtwet.

    De categorieën (a t/m c) zijn met de nieuwe beleidsregel komen te vervallen. De situaties die in de oude regeling onder a t/ c vielen tellen mee als activiteit die valt onder onderwijstijd. Hier hoeft dus geen afwijking onderwijstijd voor te worden aangevraagd.

    Er moet wel een aanvraag afwijking onderwijstijd worden ingediend als een leerling vanwege lichamelijke of psychische redenen niet het volledige onderwijsprogramma kan volgen en de school daarom het onderwijsprogramma in uren vermindert. Dit valt onder de beleidsregel afwijken onderwijstijd (artikel 4, eerste lid, onderdeel c).

    Leerplichtwet 1969
    Staatscourant 2025, 36518 Beleidsregel Afwijken onderwijstijd funderend onderwijs en verlenen ontheffingen WEC 2025