Banner

Maatwerk en ondersteuningsstructuur

Maatwerk is onderdeel van de ondersteuningsstructuur van een school(bestuur). Het omvat allerlei mogelijkheden om het onderwijsaanbod en de onderwijsondersteuning beter aan te sluiten bij de capaciteiten en de behoeften van de leerlingen. Het heeft een directe relatie met de basisondersteuning, extra ondersteuning en met de (regionale) afspraken met de gemeente, jeugdhulpverlening en zorginstellingen.

Onder dit thema vind je maatwerkmogelijkheden die passen binnen de wet- en regelgeving en die zijn getoetst door het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs. Daarnaast vind je informatie en voorbeelden die scholen en regio’s kunnen helpen om de ondersteuningsstructuur te versterken.

icnMeer lezenSluit
Banner
Webinar | Experiment onderwijszorgarrangementen

Bekijk terugblik

Veelgestelde vragen

  • Soms heeft een leerling naast onderwijsondersteuning ook begeleiding, persoonlijke, verzorging en/of  verpleging nodig tijdens de onderwijsuren. De handreiking onderwijs en zorg is bedoeld als hulpmiddel voor ouders en scholen bij het voeren van gesprekken over de benodigde zorg in het onderwijs. Download hier de handreiking.

    Onderwijszorgconsulenten

    Onderwijszorgconsulenten ondersteunen ouders en scholen die problemen ervaren bij het ontwikkelen van een onderwijszorgarrangement voor een individuele leerling en daar samen niet uitkomen. Het gaat om leerlingen voor wie zorg op school voorwaardelijk is voor het kunnen volgen van onderwijs.

    Meer informatie: www.onderwijsconsulenten.nl/advies/onderwijszorgconsulenten/

  • Nee, dit hoeft niet. Om de bureaucratische last voor scholen te verminderen gaat de Inspectie van het Onderwijs akkoord met het ‘inbedden’ van de symbiose-overeenkomst in het ontwikkelingsperspectief. In de richtlijn symbiose staat de huidige symbioseregeling beschreven en kun je vinden welke onderdelen van de schriftelijke overeenkomst bij symbiose toegevoegd moeten worden aan het ontwikkelingsperspectief.

  • Symbiose kan alleen plaatsvinden tussen scholen. In de richtlijn symbiose staat beschreven welke vormen van symbiose tussen scholen mogelijk zijn. Het is niet mogelijk dat een leerling binnen de symbiose-overeenkomst onderwijs volgt bij een privéinstelling. Wel kan en mag de school met wie de symbiose is aangegaan expertise inkopen van een particuliere instelling, dat is wat anders dan dat een leerling daar echt onderwijs volgt.

  • Veel scholen zijn in de veronderstelling zijn dat zij een leerling niet mogen inschrijven als deze minder dan 50% van het onderwijsprogramma volgt. Deze veronderstelling is niet correct. Wanneer er voor een leerling afwijking van de onderwijstijd is aangevraagd en goedgekeurd, kan er tijdelijk ook een zeer beperkt aantal uren onderwijs gegeven worden.

    De wet en de beleidsregel inzake het instemmen met afwijking onderwijstijd doen geen uitspraken over een minimum percentage van de onderwijstijd die de leerling in dit geval aanwezig moet zijn. Het is wel de bedoeling dat de leerling binnen het jaar waarvoor afwijking is gevraagd weer volledig ingroeit in het onderwijs en dat de school zich daar ook voor inspant. Als dat niet binnen dat jaar lukt en de school doet opnieuw een aanvraag, dan geldt een zwaardere motiveringsplicht.

  • Sinds 1 januari 2015 is de voorliggendheid van onderwijs op zorg met de hervorming van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten komen te vervallen. Onderwijs en langdurige zorg zijn sindsdien eenvoudiger te combineren omdat in de Wet langdurige zorg onderwijs niet langer als voorliggende voorziening wordt gezien. Een vrijstelling van de leerplicht is daarom niet meer nodig om zorg te kunnen ontvangen. Hierdoor kunnen onderwijs en langdurige zorg samen en tegelijk ondersteuning bieden.

  • Het is wettelijk niet toegestaan om met medeneming van publieke bekostiging het onderwijs aan een leerling uit te besteden aan een niet-bekostigde (lees: particuliere) school. Wel kunnen scholen expertise, materiaal en onderwijsprogramma’s inkopen bij particuliere aanbieders. Voorbeelden daarvan zijn de inhuur van een deskundige die op school een plusklas opzet of het inkopen van lesmateriaal dat het mogelijk maakt dat een leerling deels onderwijs thuis volgt.

    Voorwaarde voor het ontvangen van bekostiging is en blijft dat een leerling ingeschreven staat en onderwijs volgt op een bekostigde school. Hierdoor blijft de school verantwoordelijk voor de leerling en voor het onderwijs dat de leerling volgt.

     

     

  • De jeugdarts en leerplichtambtenaren hebben geen (formele) rol hierin. Het betreft namelijk geen voorziening gebaseerd op de leerplichtwet. De school waar de leerling staat ingeschreven vraagt de onderschrijding van de onderwijstijd aan.

    Lees verder voor meer informatie over de Variawet.

  • Ja dat mag.

    Hier zijn wel de volgende voorwaarden aan verbonden: de leerling is en blijft ingeschreven staan op bekostigde school en volgt ook het onderwijs op een bekostigde school (Zie art. 10 bekostigingsbesluit WPO, art. 7 bek. Bes. Wvo en art. 9 bek. Bes. WEC)

    Voor het voortgezet onderwijs geldt bovendien dat een onderwijsactiviteit aan drie voorwaarden moet voldoen om als onderwijstijd in de zin van de wet te kunnen worden gezien:

    1. de activiteit is bewust gepland en verzorgd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag;
    2. de activiteit is uitgevoerd onder de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van een leraar of een ander die hier op grond van de wet mee belast mag worden;
    3. de medezeggenschapsraad moet er vooraf mee hebben ingestemd.

    Lees hier meer over de wet- en regelgeving rondom de inkoop van expertise, materiaal en onderwijsprogramma’s bij particuliere aanbieders.

  • Ja dat kan. In het Eindexamenbesluit is in artikel 59 geregeld dat  het bevoegd gezag, de inspectie gehoord, kan toestaan dat een kandidaat die in het laatste leerjaar langdurig ziek is, en een kandidaat die lange tijd ten gevolge van een bijzondere, van de wil van de kandidaat onafhankelijke omstandigheid niet in staat is geweest het onderwijs in alle betrokken eindexamenvakken gedurende het laatste leerjaar te volgen, het centraal examen en in voorkomend geval het schoolexamen, voor een deel van de vakken in het ene schooljaar en voor het andere deel in het daarop volgende schooljaar aflegt. Gespreid examen betekent dat het laatste schooljaar (het examenjaar) met één jaar wordt verlengd. Gedurende deze twee jaar van het gespreid examen wordt een deel van de vakken in het ene schooljaar afgesloten en het andere deel van de vakken in het tweede jaar van het gespreid examen afgesloten.  

  • In de wet staat dat een onderwijsinstelling geen bekostiging ontvangt voor een leerling wanneer hij vóór 1 oktober meer dan 50% van de onderwijstijd ongeoorloofd verzuimd. Afwijken van de onderwijstijd op grond van de beleidsregel inzake het instemmen met afwijking onderwijstijd (Variawet) is echter geen ongeoorloofd verzuim. Er is voor deze leerling immers (tijdelijk) een ander aantal onderwijsuren vastgesteld.

  • In de wet staat dat een onderwijsinstelling geen bekostiging ontvangt voor een leerling wanneer hij vóór 1 oktober meer dan 50% van de onderwijstijd ongeoorloofd verzuimd. Afwijken van de onderwijstijd op grond van de beleidsregel inzake het instemmen met afwijking onderwijstijd (Variawet) is echter geen ongeoorloofd verzuim. Er is voor deze leerling immers (tijdelijk) een ander aantal onderwijsuren vastgesteld.

  • Aan een toelaatbaarheidsverklaring pro of aanwijzing lwoo dient een volgnummer te worden toegekend. Daarbij dient er een afschrift van het advies over de ondersteuning aan de ouders te worden verstrekt.
    Bekijk een voorbeeld van een toelaatbaarheidsverklaring pro of aanwijzing lwoo.

  • De Jeugdwet biedt geen wettelijke grondslag voor het inzetten van een onderwijsvoorziening. Dit betekent dat de gemeente niet verplicht is een onderwijsvoorziening te leveren op grond van de Jeugdwet. Dit wil niet zeggen dat het niet mag of verboden is. Dit biedt enige ruimte voor gemeenten hier tijdelijk een eigen invulling aan te geven (uiteraard in overleg met onderwijs- en zorgaanbieders) bijvoorbeeld in de vorm van een tijdelijke oza-constructie.

    Het zorgkantoor kan vanuit de Wlz geen onderwijs financieren. Vanuit de Wlz kan onder andere dagbesteding worden geboden. Binnen de dagbesteding worden wel educatieve activiteiten aangeboden, bijvoorbeeld het aanleren van een dagstructuur. Dit is geen onderwijs. Dat betekent voor oza dat de ruimte vooral gezocht moet worden in de samenwerking tussen zorg (dagbesteding) en onderwijs in het invullen van het dagprogramma voor deze kinderen.

  • De veronderstelling bestaat dat de beleidsregel afwijking onderwijstijd maximaal twee schooljaren achtereen ingezet kan en mag worden. Dit is niet het geval. Er kan zo lang als nodig gebruik gemaakt worden van deze regeling. Het bevoegd gezag vermeldt in het OPP hoe toegewerkt blijft worden aan ingroei.

    De instemming voor afwijking van de onderwijstijd loopt tot het einde van het schooljaar waarin de afwijking is aangevraagd. In het OPP wordt onderbouwd waarom de afwijking noodzakelijk is voor de leerling, waaruit het op maat gemaakte onderwijsprogramma bestaat en om hoeveel uren per week het gaat. Daarnaast wordt beschreven hoe de leerling toegroeit naar het volledig aantal uren onderwijs op school. Wanneer een leerling niet gelijk en misschien nooit 100% kan deelnemen aan het onderwijs kan ieder jaar opnieuw een aanvraag gedaan worden voor afwijking van onderwijstijd. Dit totdat de leerling volledig naar school gaat of niet meer is ingeschreven op een school.

    Bron: Maatwerk in onderwijstijd voor leerlingen met een beperking | Onderwijstijd | Inspectie van het Onderwijs (onderwijsinspectie.nl)

  • Een aanvraag voor instemming wordt door het bevoegd gezag ingediend via het ISD. De Inspectie van het Onderwijs streeft er naar om binnen 8 weken een besluit te nemen over de aanvraag. In de tussentijd kan de school al maatwerk bieden aan de leerling.

    Bron: Maatwerk in onderwijstijd voor leerlingen met een beperking | Onderwijstijd | Inspectie van het Onderwijs (onderwijsinspectie.nl)

  • Alle lesuren worden geregistreerd, dus niet alleen die uren dat de leerling volgens het ingroeiplan op school aanwezig is. De school meldt de leerling geoorloofd afwezig voor de uren dat hij/zij conform de afspraken van in het OPP/het ingroeiplan niet op school aanwezig is.

    Bron: Inspectie van het Onderwijs

  • De Jeugdwet biedt geen wettelijke grondslag voor het inzetten van een onderwijsvoorziening. Dit betekent dat de gemeente niet verplicht is een onderwijsvoorziening te leveren op grond van de Jeugdwet. Dit wil niet zeggen dat het niet mag of verboden is. Dit biedt enige ruimte voor gemeenten hier tijdelijk een eigen invulling aan te geven (uiteraard in overleg met onderwijs- en zorgaanbieders) bijvoorbeeld in de vorm van een tijdelijke oza-constructie.

    Het zorgkantoor kan vanuit de Wlz geen onderwijs financieren. Vanuit de Wlz kan onder andere dagbesteding worden geboden. Binnen de dagbesteding worden wel educatieve activiteiten aangeboden, bijvoorbeeld het aanleren van een dagstructuur. Dit is geen onderwijs. Dat betekent voor oza dat de ruimte vooral gezocht moet worden in de samenwerking tussen zorg (dagbesteding) en onderwijs in het invullen van het dagprogramma voor deze kinderen.

  • Een zorglocatie kan door een nevenvestiging te worden van een school een brin-nummer aanvragen. Dit heeft wel tot gevolg dat de zorglocatie aan de eisen zal moeten voldoen om een nevenvestiging te worden, zoals o.a. opgenomen in artikel 1 en artikel 158 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Eveneens dient het onderwijs dat wordt gegeven aan de deugdelijkheidseisen te voldoen.

  • Indien het gaat om niet standaard aanpassingen m.b.t. de afnamecondities of te gebruiken hulpmiddelen, moet je contact opnemen met het CvTE via info@cvte.nl. Indien het gaat om meer logistieke aanpassingen, zoals examinering thuis of in een ziekenhuis of om een quarantaine-oplossing, dien je toestemming van de inspectie te hebben. Je neemt hiertoe contact op met de inspectie via examenloket@duo.nl of tel. 070-757 51 77

  • Binnen het experiment is het mogelijk om af te wijken van de wettelijke voorschriften omtrent:

    • Onderwijstijd: er geldt geen minimum of maximum aantal uren en er hoeft niet gewerkt te worden met de beleidsregel afwijking onderwijstijd;
    • Inhoud van het onderwijs: er mag afgeweken worden van de kerndoelen binnen het onderwijs;
    • Locatie van het onderwijs: er mag ook onderwijs geboden worden op een zorglocatie;
    • Bekostiging: samenwerkingsverbanden kunnen maximaal 2,5% van hun ondersteuningsbudget flexibel inzetten voor activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg.
  • De kinderen en jongeren die binnen een onderwijs-zorgarrangement onderwijs willen gaan volgen op basis van de afwijkingsmogelijkheden uit de experimenteerregeling moeten worden ingeschreven op een school. Het is geen verplichting om álle jongeren binnen een initiatief in te schrijven op een school; zonder inschrijving kunnen zij echter geen gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheden uit het experiment.

    Indien een leerling een vrijstelling onder 5a had, dan blijft deze vrijstelling behouden gedurende de looptijd van het experiment.

  • Eén van de doelstellingen van het experiment is dat samenwerkingsverbanden meer ruimte krijgen om hun budget in te zetten voor activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg. Dit betreft 2,5% van het totale bruto-budget van het samenwerkingsverband (dit is het budget vóór aftrek van de TLV). Wanneer de leerling wordt ingeschreven in het speciaal onderwijs, wordt voor de leerling een TLV afgegeven. Deze middelen, die het speciaal onderwijs ontvangt vanuit de TLV zelf, kunnen niet ‘flexibeler’ worden ingezet.

    Er zijn diverse scenario’s om in het experiment tot bekostiging van het onderwijs te komen, bijvoorbeeld:

    1. Gebruik maken van de basisbekostiging (bij de school) voor de leerlingen in het arrangement en dit budget benutten om het onderwijs binnen de OZA te financieren. Met het SWV kunnen vervolgens afspraken worden gemaakt over aanvullende inzet vanuit de 2,5% flexibele ruimte, waar dit nodig is om activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg te bekostigen. Eventueel kan besloten worden om het TLV-deel vanuit de school weer terug te storten naar het samenwerkingsverband.
    2. Gebruik maken van de basisbekostiging en een deel van de TLV-middelen (beide vanuit de school). Uit deze middelen kan bijv. een docent voor enkele dagen per week op het initiatief worden ingezet. Resterende TLV-middelen worden teruggestort aan het SWV. Ook dan kunnen met het SWV afspraken worden gemaakt over aanvullende inzet vanuit de 2,5%, waar dit nodig is om activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg te bekostigen.
    3. Gebruik maken van de basisbekostiging en de volledige TLV-bekostiging, eventueel aangevuld met middelen uit de 2,5% op het gebied van onderwijs en zorg.
  • Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een tlv voor deze leerling noodzakelijk. Zonder tlv kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs. Wel kan er tussen school en samenwerkingsverband worden afgesproken dat de middelen behorende bij de tlv worden teruggestort aan het samenwerkingsverband. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om leerlingen in te schrijven in het regulier onderwijs en met het samenwerkingsverband apart afspraken te maken over aanvullende ondersteuning.

  • Nee, dat hoeft niet. Er hoeft niet per leerling afwijking van onderwijstijd aangevraagd te worden. Wel wordt in het opp van de leerling vastgelegd hoeveel uur onderwijs verwacht wordt dat de leerling kan volgen.

  • Er kunnen maximaal 80 onderwijs-zorgarrangementen (OZA) deelnemen aan het experiment. Selectie vindt plaats op basis van:

    • Verwachte bijdrage aan de doelen van het experiment:
    1. Toename van het aantal jongeren met een complexe ondersteuningsbehoefte dat onderwijs volgt;
    2. Afname van het aantal leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte dat uitvalt van school;
    3. Verbetering van de mate waarin onderwijs en zorg aansluiten bij de behoeften van leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.
    • Evenwichtige verdeling tussen de soorten OZA, de onderwijssectoren en de doelgroepen
    • Regionale spreiding van deelnemende OZA
    • Spreiding over de samenwerkingsverbanden

    Wanneer er op basis van de bovenstaande criteria nog te veel kandidaten overblijven, zal worden overgegaan op loting . Dus stel dat er uit één regio of samenwerkingsverband verhoudingsgewijs heel veel aanvragen zijn, dan kan dat leiden tot loting van deelnemers uit die regio of samenwerkingsverband om uiteindelijk te komen tot een evenwichtige spreiding.