Banner

Samenwerking onderwijs en jeugdhulp

Om alle kinderen en jongeren optimale ontwikkelingskansen te bieden, is samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp nodig. Het Steunpunt Passend Onderwijs werkt samen met partners, zoals het NJi, MAO, de NCJ en de VNG, aan de versterking van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp en het organiseren van jeugdhulp in school.

Op deze pagina vind je informatie, instrumenten en praktijkvoorbeelden over de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.

icnMeer lezenSluit

Samen leren

Webinars Jeugdhulp in school & Netwerkbijeenkomsten

Over het thema “samenwerking onderwijs en jeugdhulp” organiseert het Steunpunt Passend Onderwijs jaarlijks 2 webinars “jeugdhulp in de school” (zie terugblikken) over diverse thema’s en organiseren we samen met het Netwerk LPO, de sectorraad swv VO, het NJI en de VNG netwerkbijeenkomsten voor samenwerkingsverbanden en gemeenten.

 

 

  • Banner
    Netwerkbijeenkomsten samenwerkingsverbanden en gemeenten

    Tijdens netwerkbijeenkomsten ontmoeten medewerkers van samenwerkingsverbanden en gemeenten elkaar rond gedeelde vraagstukken en actuele thema’s.…

    Lees meer

Banner
Terugblik I Spelsessie op Voor de Jeugd Dag

Bekijk terugblik

Veelgestelde vragen

  • Soms heeft een leerling naast onderwijsondersteuning ook begeleiding, persoonlijke, verzorging en/of  verpleging nodig tijdens de onderwijsuren. De handreiking onderwijs en zorg is bedoeld als hulpmiddel voor ouders en scholen bij het voeren van gesprekken over de benodigde zorg in het onderwijs. Download hier de handreiking.

    Onderwijszorgconsulenten

    Onderwijszorgconsulenten ondersteunen ouders en scholen die problemen ervaren bij het ontwikkelen van een onderwijszorgarrangement voor een individuele leerling en daar samen niet uitkomen. Het gaat om leerlingen voor wie zorg op school voorwaardelijk is voor het kunnen volgen van onderwijs.

    Meer informatie: www.onderwijsconsulenten.nl/advies/onderwijszorgconsulenten/

  • In de wet staat dat een onderwijsinstelling geen bekostiging ontvangt voor een leerling wanneer hij vóór 1 oktober meer dan 50% van de onderwijstijd ongeoorloofd verzuimd. Afwijken van de onderwijstijd op grond van de beleidsregel inzake het instemmen met afwijking onderwijstijd (Variawet) is echter geen ongeoorloofd verzuim. Er is voor deze leerling immers (tijdelijk) een ander aantal onderwijsuren vastgesteld.

  • Het komt voor dat ouders hun kind thuis houden uit angst voor corona of omdat ze het onderwijsaanbod niet passend vinden. Uiteraard ga je als school dan eerst met de ouders in gesprek om te proberen samen tot een oplossing te komen.

    Formeel valt het onthouden van onderwijs onder het begrip ‘kindermishandeling’ en onder toepassing van de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’. De laatste stap van deze meldcode is een melding bij Veilig Thuis.

    Echter, in het ‘Handelingskader kindermishandeling en huiselijk geweld’ staat hierover het volgende: ‘Onderwijsprofessionals moeten ervoor waken dat deze laatste stap uit de meldcode niet te licht wordt genomen. Immers, verschil van inzicht over de onderwijsondersteuningsbehoefte van een kind is niet per definitie een signaal van kindermishandeling. In stap 2 van de meldcode (collegiale consultatie, advies Veilig Thuis of andere deskundige) dient men zich hiervan nadrukkelijk te vergewissen, evenals van de juiste uitvoering van stap 3 (gesprek met de ouders).’

    Ga in deze gevallen  dus niet te snel over tot melding, maar onderzoek de situatie eerst goed wat de situatie is. En in de hierboven genoemde gevallen waarbij er iets anders speelt dan mishandeling of verwaarlozing, vervolgens samen met ouders naar oplossingen te zoeken.

     

  • Er leven veel vragen rond privacy en het delen en verwerken van persoonsgegevens tussen gemeenten, jeugdhulp en samenwerkingsverbanden. Deze verzameling van de veelgestelde vragen geeft antwoorden.

    In deze FAQ staan antwoorden op vragen rond de volgende onderwerpen:

    • Vragen over Convenant
    • AVG, verschillende wetgeving en beroepscodes
    • Vragen over proces en rol ouders

    Privacyconvenant

    Met het Privacy Convenant worden afspraken vastgelegd tussen gemeenten, jeugdhulp en samenwerkingsverbanden over het verwerken van persoonsgegevens van jongeren (en eventueel hun ouders) in de samenwerking tussen deze partijen.

    Privacy tool

    Zoek je andere informatie over privacy en passend onderwijs? Bezoek dan onze digitale privacy tool. De tool is een praktische vertaling van wet- en regelgeving en geeft aan de hand van processtappen een overzicht van de privacyaspecten en veelgestelde vragen.

     

  • Binnen het experiment is het mogelijk om af te wijken van de wettelijke voorschriften omtrent:

    • Onderwijstijd: er geldt geen minimum of maximum aantal uren en er hoeft niet gewerkt te worden met de beleidsregel afwijking onderwijstijd;
    • Inhoud van het onderwijs: er mag afgeweken worden van de kerndoelen binnen het onderwijs;
    • Locatie van het onderwijs: er mag ook onderwijs geboden worden op een zorglocatie;
    • Bekostiging: samenwerkingsverbanden kunnen maximaal 2,5% van hun ondersteuningsbudget flexibel inzetten voor activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg.
  • De jongeren die binnen een onderwijszorgarrangement onderwijs willen gaan volgen op basis van de afwijkingsmogelijkheden uit de experimenteerregeling moeten worden ingeschreven op een school. Het is geen verplichting om álle jongeren binnen een initiatief in te schrijven op een school; zonder inschrijving kunnen zij echter geen gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheden uit het experiment.

    Indien een leerling een vrijstelling onder 5a had, dan blijft deze vrijstelling behouden gedurende de looptijd van het experiment. Voor de school geldt een aangepaste zorgplicht als ze deze leerlingen inschrijven. De zorgplicht inzake de inschrijving en verwijdering komt te vervallen. Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een tlv voor deze leerling noodzakelijk. Zonder tlv kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs.

  • Eén van de doelstellingen van het experiment is dat samenwerkingsverbanden meer ruimte krijgen om hun budget in te zetten voor activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg. Dit betreft 2,5% van het totale bruto-budget van het samenwerkingsverband (dit is het budget vóór aftrek van de TLV). Wanneer de leerling wordt ingeschreven in het speciaal onderwijs, wordt voor de leerling een TLV afgegeven. Deze middelen, die het speciaal onderwijs ontvangt vanuit de TLV zelf, kunnen niet ‘flexibeler’ worden ingezet.

    Er zijn diverse scenario’s om in het experiment tot bekostiging van het onderwijs te komen, bijvoorbeeld:

    1. Gebruik maken van de basisbekostiging (bij de school) voor de leerlingen in het arrangement en dit budget benutten om het onderwijs binnen de OZA te financieren. Met het SWV kunnen vervolgens afspraken worden gemaakt over aanvullende inzet vanuit de 2,5% flexibele ruimte, waar dit nodig is om activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg te bekostigen. Eventueel kan besloten worden om het TLV-deel vanuit de school weer terug te storten naar het samenwerkingsverband.
    2. Gebruik maken van de basisbekostiging en een deel van de TLV-middelen (beide vanuit de school). Uit deze middelen kan bijv. een docent voor enkele dagen per week op het initiatief worden ingezet. Resterende TLV-middelen worden teruggestort aan het SWV. Ook dan kunnen met het SWV afspraken worden gemaakt over aanvullende inzet vanuit de 2,5%, waar dit nodig is om activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg te bekostigen.
    3. Gebruik maken van de basisbekostiging en de volledige TLV-bekostiging, eventueel aangevuld met middelen uit de 2,5% op het gebied van onderwijs en zorg.
  • Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een tlv voor deze leerling noodzakelijk. Zonder tlv kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs. Wel kan er tussen school en samenwerkingsverband worden afgesproken dat de middelen behorende bij de tlv worden teruggestort aan het samenwerkingsverband. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om leerlingen in te schrijven in het regulier onderwijs en met het samenwerkingsverband apart afspraken te maken over aanvullende ondersteuning.

  • Nee, dat hoeft niet. Er hoeft niet per leerling afwijking van onderwijstijd aangevraagd te worden. Wel wordt in het opp van de leerling vastgelegd hoeveel uur onderwijs verwacht wordt dat de leerling kan volgen.

  • Er kunnen maximaal 80 onderwijszorgarrangementen (OZA) deelnemen aan het experiment. In januari zijn 39 onderwijszorgarrangementen geselecteerd, er is dus nog plek voor 41 initiatieven. Selectie vindt plaats op basis van:

    • Verwachte bijdrage aan de doelen van het experiment:
    1. Toename van het aantal jongeren met een complexe ondersteuningsbehoefte die onderwijs volgen;
    2. Afname van het aantal leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte die uitvallen van school;
    3. Verbetering van de mate waarin onderwijs en zorg aansluiten bij de behoeften van leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.
    • Evenwichtige verdeling tussen de soorten OZA, de onderwijssectoren en de doelgroepen
    • Regionale spreiding van deelnemende OZA
    • Spreiding over de samenwerkingsverbanden
    • Wanneer er op basis van de bovenstaande criteria nog te veel kandidaten overblijven. Dus stel dat er uit één regio of samenwerkingsverband verhoudingsgewijs heel veel aanvragen zijn, dan kan dat leiden tot loting van deelnemers uit die regio of samenwerkingsverband om uiteindelijk te komen tot een evenwichtige spreiding.

    NB Een OZA met een niet-bekostigde school (particulier onderwijs) kan niet deelnemen aan dit experiment.

  • Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen individuele arrangementen en het initiatief die gebruik wil maken van de afwijkingsmogelijkheden. Het is wel de bedoeling dat het initiatief uiterlijk per januari 2023 gestart is, maar leerlingen (met een individueel arrangement) kunnen gedurende de looptijd in- en uitstromen en dus op elk moment starten.

  • De aanvraag voor deelname aan de Experimenteerregeling Onderwijs-zorgarrangementen kan tussen 22 mei en 31 juli 2023 worden ingediend. Hiervoor zal op de website van DUO een aanmeldpagina komen.

  • De samenwerkingsovereenkomst kent geen vast format. Van de samenwerkende partijen wordt verwacht dat zij een samenwerkingsovereenkomst opstellen waarin de gemaakte afspraken over de nadere invulling van de samenwerking genoteerd worden. De samenwerkingsovereenkomst moet in ieder geval bestaan uit de onderstaande punten:

    • Contactgegevens samenwerkende partijen
    • Een omschrijving van hoe de financiering van het onderwijszorgarrangement vormgegeven zal worden. Hierbij zouden de volgende onderdelen aan bod moeten komen:
      • Bekostiging van het onderwijs
      • De financiering van de zorg
      • De financiering van kosten die verband houden met zowel onderwijs als zorg
    • Een omschrijving van de taken en verantwoordelijkheden van de betrokkenen in het onderwijszorgarrangement, waarbij ingegaan wordt op wie in welke gevallen de regie voert over de begeleiding van de jongeren in het onderwijszorgarrangement.
    • Overige gemaakte afspraken tussen de betrokkenen
    • Handtekening van alle betrokkenen

    Het ministerie van OCW heeft wel een voorbeeld beschikbaar gesteld. Dit voorbeeld vind je in de handreiking samenwerkingsovereenkomst experimenteerregeling onderwijszorgarrangementen. Dit is geen voorschrijvend format. Hier mag van afgeweken worden.

  • De leerlingen in het oza die gebruik maken van de handelingsruimte die de experimenteerregeling biedt, moeten ingeschreven zijn op een school. Om deze reden moet minimaal één school onderdeel uitmaken van het plan van aanpak. Deze school of scholen worden opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst.

  • In het format voor het projectplan moet je beschrijven van welke wettelijke voorschriften, bedoeld in de artikelen 3 en 4, in het onderwijszorgarrangement wordt afgeweken. Hiermee wordt bedoeld artikel 3 en 4 van de AMvB voor deze experimenteerregeling. Deze AMvB kun je hier downloaden. Hieronder lees je de afwijkingsmogelijkheden die in deze betreffende artikelen beschreven staan.

    Artikel 3. Afwijkingen van de wet door bevoegd gezag

    1. Het bevoegd gezag kan voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte met toestemming van Onze Minister, bedoeld in artikel 8, afwijken van:
      a. de voorschriften omtrent de onderwijstijd en onderwijsdagen, bedoeld in de artikelen 12 en 25 van de Wet op de expertisecentra, artikel 8, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs of de artikelen 2.38 en 2.39 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
      b. de voorschriften omtrent de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 13 van de Wet op de expertisecentra, artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 2.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of
      c. de voorschriften omtrent de locatie van het onderwijs, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra.
    2. Voor zover het betreft jongeren van wie de ouders op grond van artikel 5, onder a, van de Leerplichtwet 1969 zijn vrijgesteld van de inschrijfplicht, zijn de voorschriften omtrent de zorgplicht van scholen, bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 40, vierde en elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 8.9, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 niet van toepassing.

    Artikel 4. Afwijkingen van de wet door samenwerkingsverband

    1. Een samenwerkingsverband kan in overeenstemming met een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 3 voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte afwijken van de bekostigingsvoorschriften, bedoeld in:
      a. de artikelen 122, vijfde lid, en 124, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 115 van die wet; of
      b. artikel 5.40 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
    2. Een samenwerkingsverband kan ten hoogste twee en een half procent van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 122 en 124 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 5.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, aanwenden voor de financiering van kosten in een onderwijszorgarrangement die direct of indirect nodig zijn voor de uitvoering van het onderwijs of de bevordering van deelname aan het onderwijs voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.
  • Nee, dit is niet het geval.

    De beschikking voor deelname aan het experiment wordt afgegeven op basis van de samenwerkingsovereenkomst die aan de aanvraag is toegevoegd. Alleen de partijen die hier genoemd worden, mogen gedurende de looptijd van het experiment gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheden die in de regeling worden genoemd.

    Wel mag individueel geleverde zorg, noodzakelijk om maatwerk te geven aan die leerling, geboden worden binnen het onderwijszorgarrangement.

  • In het projectplan geef je aan op welke doelgroep het onderwijszorgarrangement betrekking heeft. Hieruit moet duidelijk worden voor welke groep leerlingen dit arrangement geschikt is.

    Bij het selecteren van de initiatieven die in aanmerking komen voor deelname aan de experimenteerregeling wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling tussen de soorten onderwijszorgarrangementen. De doelgroep van het onderwijszorgarrangement is daarom een van de selectiecriteria.

    De voor het experiment geselecteerde initiatieven mogen tijdens de looptijd van het experiment echter ook een leerling toelaten die niet past binnen deze doelgroepomschrijving, maar voor wie het initiatief wel passend is.

  • Er is in het besluit geen minimumaantal leerlingen/jongeren gesteld voor een oza.

  • Samenwerkingsverbanden die subsidiemiddelen ontvangen voor de regeling Wél in Ontwikkeling kunnen zich ook aanmelden voor het experiment Onderwijszorgarrangementen. De regeling Wél in Ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), en maakt subsidiemiddelen beschikbaar die door het samenwerkingsverband direct of indirect kunnen worden ingezet voor niet-ingeschreven jongeren.

     

    Het doel van het experiment Onderwijszorgarrangementen is te onderzoeken of afwijking van wetgeving op het gebied van onderwijstijd, inhoud van het onderwijs, locatie van het onderwijs en bekostiging in het onderwijs leidt tot een ruimer aanbod van maatwerk op het gebied van onderwijs en zorg voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.

    In de praktijk is het denkbaar dat de middelen van Wél in Ontwikkeling worden ingezet voor activiteiten die voorafgaan aan de meer structurele onderwijszorgactiviteiten van het experiment Onderwijszorgarrangementen. De vormgeving is hierbij aan de betreffende scholen, besturen en samenwerkingsverbanden zelf.

  • Binnen het experiment is het mogelijk om af te wijken van de wettelijke voorschriften omtrent:

    • Onderwijstijd: er geldt geen minimum of maximum aantal uren en er hoeft niet gewerkt te worden met de beleidsregel afwijking onderwijstijd;
    • Inhoud van het onderwijs: er mag afgeweken worden van de kerndoelen binnen het onderwijs;
    • Locatie van het onderwijs: er mag ook onderwijs geboden worden op een zorglocatie;
    • Bekostiging: samenwerkingsverbanden kunnen maximaal 2,5% van hun ondersteuningsbudget flexibel inzetten voor activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg.
  • Ja, ook bestaande oza’s kunnen deelnemen aan het experiment. Ook voor hen geldt dan de extra handelingsruimte zoals deze binnen het experiment is geformuleerd.

  • Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen individuele arrangementen en het initiatief dat gebruik wil maken van de afwijkingsmogelijkheden. Het is de bedoeling dat het initiatief uiterlijk per september 2023 gestart is, maar leerlingen (met een individueel arrangement) kunnen gedurende de looptijd in- en uitstromen en dus op elk moment starten.

  • Het bevoegd gezag van een school of het samenwerkingsverband kan de minister toestemming vragen voor deelname aan het experiment.

    Een schoolbestuur of samenwerkingsverband kan voor één of meerdere oza’s binnen het bestuur of binnen de regio één aanvraag doen voor deelname aan de experimenteerregeling. Er moet een samenwerkingsovereenkomst zijn met de bij de oza’s betrokken partijen. Als dit per oza andere partijen zijn, is het logisch om hiervoor meerdere samenwerkingsovereenkomsten af te sluiten en aparte aanvragen in te dienen.

  • De aanvraag kan worden ingediend van 22 mei tot en met 31 juli 2023.

    Indienen aanvraag primair onderwijs

    Voor meer informatie en het indienen van de aanvraag voor het primair onderwijs, klik hier.

    Indienen aanvraag voortgezet onderwijs

    Voor meer informatie en het indienen van de aanvraag voor het voortgezet onderwijs, klik hier.

  • Ja, dit kan want er is in het besluit geen minimum aantal leerlingen/jongeren gesteld voor een oza. Om aan te melden zijn echter wel een projectplan en samenwerkingsovereenkomst nodig. Om die reden ligt het meer voor de hand dat de experimenteerregeling voor collectieve initiatieven wordt aangevraagd.

  • De jongeren die binnen een onderwijszorgarrangement onderwijs willen gaan volgen op basis van de afwijkingsmogelijkheden uit de experimenteerregeling moeten worden ingeschreven op een school. Het is geen verplichting om alle jongeren binnen een initiatief in te schrijven op een school. Zonder inschrijving kunnen zij echter geen gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheden uit het experiment. Indien een leerling een vrijstelling onder 5a had, dan blijft deze vrijstelling behouden gedurende de looptijd van het experiment. Voor de school geldt een aangepaste zorgplicht als ze deze leerlingen inschrijven. De zorgplicht inzake de inschrijving en verwijdering komt te vervallen. Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een tlv voor deze leerling noodzakelijk. Zonder tlv kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs.

  • Het experiment heeft een looptijd van vijf jaar, tot januari 2028. Gedurende het experiment wordt de voortgang gemonitord en wordt parallel gewerkt aan het aanpassen van de wet- en regelgeving om de afwijkingsmogelijkheden (indien effectief) ook structureel mogelijk te maken.

  • Er kunnen maximaal 80 onderwijszorgarrangementen deelnemen aan het experiment. In januari zijn 39 onderwijszorgarrangementen geselecteerd, er is dus nog plek voor 41 initiatieven. Selectie vindt plaats op basis van:

    • Verwachte bijdrage aan de doelen van het experiment:
    1. Toename van het aantal jongeren met een complexe ondersteuningsbehoefte die onderwijs volgen;
    2. Afname van het aantal leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte die uitvallen van school;
    3. Verbetering van de mate waarin onderwijs en zorg aansluiten bij de behoeften van leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.
    • Evenwichtige verdeling tussen de soorten oza, de onderwijssectoren en de doelgroepen
    • Regionale spreiding van deelnemende oza
    • Spreiding over de samenwerkingsverbanden
    • Wanneer op basis van de bovenstaande criteria er nog te veel kandidaten overblijven. Dus stel dat er uit één regio of samenwerkingsverband verhoudingsgewijs heel veel aanvragen zijn, dan kan dat leiden tot loting van deelnemers uit die regio of swv om uiteindelijk te komen tot een evenwichtige spreiding.

    NB. Een oza met een niet-bekostigde school (particulier onderwijs) kan niet deelnemen aan dit experiment.

  • Nee, dat hoeft niet. Er hoeft niet per leerling afwijking van onderwijstijd aangevraagd te worden. Wel wordt in het opp vastgelegd hoeveel uur onderwijs verwacht wordt dat de leerling kan volgen.

  • Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een tlv voor deze leerling noodzakelijk. Zonder tlv kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs. Wel kan er tussen school en samenwerkingsverband worden afgesproken dat de middelen behorende bij de tlv worden teruggestort aan het samenwerkingsverband. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om leerlingen in te schrijven in het regulier onderwijs en met het samenwerkingsverband apart afspraken te maken over aanvullende ondersteuning.

  • Dat is op dit moment nog niet exact te zeggen. De opzet van de monitor en op welke wijze data zal worden verzameld wordt nog uitgewerkt. De onderzoekers zullen wel de administratieve lasten laag proberen te houden.

  • Ja.

  • Ja. Dit format zal worden toegevoegd bij de aanmeldpagina van DUO.

  • Eén van de doelstellingen van het experiment is dat samenwerkingsverbanden meer ruimte krijgen om hun budget in te zetten. Dit betreft 2,5% van het bruto (voor aftrek van TLV) budget. Echter, het deel van het budget dat als TLV wordt doorgezet naar het speciaal onderwijs kan niet ‘flexibeler’ worden ingezet want dit is immers niet meer beschikbaar voor het samenwerkingsverband.

    Er zijn diverse scenario’s om in het experiment tot bekostiging van het onderwijs te komen, bijvoorbeeld:

    1. Gebruik maken van de basisbekostiging (bij de school) voor de leerlingen in het arrangement en dit budget benutten om het onderwijs binnen de oza te financieren. Met het swv kunnen vervolgens afspraken worden gemaakt over aanvullende inzet vanuit de 2,5% flexibele ruimte, waar dit nodig is om activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg te bekostigen. Eventueel kan besloten worden om het TLV deel vanuit de school weer terug te storten naar het samenwerkingsverband.
    2. Gebruik maken van de basisbekostiging en een deel van de TLV-middelen (beide vanuit de school). Uit deze middelen kan bijv. een docent voor enkele dagen per week op het initiatief worden ingezet. Resterende TLV middelen worden teruggestort aan het swv. Ook dan kunnen met het swv afspraken gemaakt worden over aanvullende inzet vanuit de 2,5% waar dit nodig is om activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg te bekostigen.

    Gebruik maken van de basisbekostiging en de volledige TLV bekostiging, eventueel aangevuld met middelen uit de 2,5% op het gebied van onderwijs en zorg.

  • In het experimenteerbesluit Onderwijszorgarrangementen wordt niet afgeweken van de wettelijke regels rond examens. Het bestaande systeem ten aanzien van examens blijft gelden. Dat betekent dat het afhankelijk is van de school waar de leerlingen uit het onderwijszorgarrangement staan ingeschreven of staatsexamens mogen worden ingezet. Als het gaat om een vso-school bestaat deze mogelijkheid, tenzij de vso-school een examenlicentie heeft of samenwerkt met een vo-school of vavo t.b.v. het eindexamen. Wanneer een leerling op een reguliere vo-school staat ingeschreven dan is het in principe niet mogelijk om het staatsexamen af te nemen.