Banner

Ouders, leerlingen en docenten kunnen invloed uitoefenen op passend onderwijs. Op school is de medezeggenschap over passend onderwijs geregeld via de medezeggenschapsraden (MR) en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) van de scholen, en binnen het samenwerkingsverband via de ondersteuningsplanraad (OPR). Samenwerkingsverbanden met personeel hebben ook een MR.

Medezeggenschap op school

In de medezeggenschapraad van de school zitten ouders, personeel en in het voortgezet onderwijs ook leerlingen. De MR heeft adviesrecht op het vaststellen van het ondersteuningsprofiel, waarin scholen beschrijven welke ondersteuning ze bieden aan leerlingen en hoe deze ondersteuning is georganiseerd.

GMR

Volgens welk model het samenwerkingsverband de middelen ook verdeelt, uiteindelijk komt het geld terecht bij de schoolbesturen. Daar ligt een belangrijke rol voor de GMR: wie heeft welke rol in de school bij het organiseren van passend onderwijs? Hoe zorgen we er via de medezeggenschap voor dat het geld voor passend onderwijs wordt ingezet om in de klas passend onderwijs te realiseren?

Artikel 16 lid 1 van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) stelt dat de GMR in plaats van de MR bevoegd is bij aangelegenheden die betrekking hebben op alle of een meerderheid van de door het schoolbestuur in stand gehouden scholen. Alle in de WMS genoemde advies- en instemmingsbevoegdheden van de MR gelden daarmee (automatisch) ook voor de GMR. Daarnaast heeft de GMR een eigen adviesrecht (artikel 16 lid 2) bij de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid  van het schoolbestuur en bij de voorwaarden voor de verdeling van de middelen over de scholen.

GMR is alleen bevoegd als het schoolbestuur bevoegd is

Het schoolbestuur is bevoegd om besluiten te nemen over de eigen organisatie en heeft soms ook een beslissende stem binnen het samenwerkingsverband passend onderwijs. Daarmee is de GMR bevoegd de wettelijke advies- en instemmingsrechten uit te oefenen bij besluiten die het schoolbestuur binnen het samenwerkingsverband neemt.

Het samenwerkingsverband is als rechtspersoon ook bevoegd om zelfstandig besluiten te nemen, al dan niet na instemming door een meerderheid van de deelnemende besturen. In dat geval mag het schoolbestuur niet zelf het besluit nemen en heeft de GMR geen advies- of instemmingsrecht. De GMR is dus alleen bevoegd als het schoolbestuur bevoegd is.

De ondersteuningsplanraad

De medezeggenschap binnen het samenwerkingsverband is geregeld via de ‘ondersteuningsplanraad’ (OPR). Elk samenwerkingsverband heeft een OPR. Deze raad bestaat uit leden die zijn afgevaardigd door de medezeggenschapsraden van de scholen, maar het hoeven geen (G)MR-leden te zijn. Net zoals de (G)MR, bestaat de OPR uit ouders, personeelsleden en (in het voortgezet onderwijs) leerlingen. In het reglement van een ondersteuningsplanraad is vastgelegd hoe vaak de OPR van samenstelling verandert en wat de zittingstermijn van de leden is.

In artikel 4a en 14a van de WMS zijn de bevoegdheden en rechten van de ondersteuningsplanraad vastgelegd. De OPR heeft instemmingsrecht op het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. In dit plan staan onder meer de afspraken van het samenwerkingsverband over de basisondersteuning en de extra ondersteuning die de scholen van het samenwerkingsverband bieden. Ook wordt beschreven op welke manier een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen wordt gerealiseerd, welke leerlingen een plek kunnen krijgen in het (v)so, sbo, lwoo, opdc en hoe de middelen over de schoolbesturen worden verdeeld. Het ondersteuningsplan wordt ten minste één keer per vier jaar vastgesteld. De OPR moet het ondersteuningsplan goedkeuren voordat het samenwerkingsverband het vaststelt. Daarna stuurt het samenwerkingsverband het ondersteuningsplan naar de Inspectie van het Onderwijs.

Meer lezen?

Lees hier meer over medezeggenschap over passend onderwijs en handreikingen over de oprichting van een OPR en bijvoorbeeld een checklist voor de ondersteuningsplanraad.