Op deze pagina zijn een aantal veelgestelde vragen beantwoord over de overstap van po naar vo.
Inhoudsopgave:
- Toelating leerlingen met een ondersteuningsbehoefte
-
-
- Is een schooladvies dat wordt afgegeven door een school voor sbo of speciaal onderwijs ook leidend voor toelating tot het reguliere voortgezet onderwijs?
- Bepaalt het schooladvies of een leerling toegelaten wordt tot het speciaal onderwijs (so)?
- Is er een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig bij de overgang naar het voortgezet speciaal onderwijs (vso)?
- Kan een vo-school een maximum stellen aan het aantal leerlingen met ondersteuningsbehoeften?
- Moet een vo-school een leerling toelaten die volgens het schooladvies toelaatbaar is tot de schoolsoort, maar aan wie de school niet de juiste ondersteuning kan bieden?
- Vo-scholen mogen zich bij de toelating niet meer baseren op toetsgegevens. Soms is er echter wel extra onderzoek nodig op de vo-school om te weten welke ondersteuning een leerling nodig heeft. Mag dit nog wel?
- Mogen leerlingen, onder bepaalde voorwaarden eerder dan in de aanmeldweek worden aangemeld bij een v(s)o school en ook eerder dan andere leerlingen worden geplaatst?
-
-
- Toetsing leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs
-
-
- Hoe werkt toelating met leerwegondersteuning (lwoo)?
- Hoe werkt de toelating tot het praktijkonderwijs?
- Mag een vmbo-school een leerling met schooladvies vmbo weigeren, omdat de leerling een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor praktijkonderwijs (PrO) heeft gekregen en een schooladvies voor vmbo?
- Mogen vo-scholen extra toetsen afnemen voor het aanvragen van een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (PrO)?
- Wie is er verantwoordelijk voor het aanleveren van onderzoeks- en dossiergegevens bij een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aanvraag praktijkonderwijs (PrO)?
-
-
- Soepele overstap van po-vo voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften
-
-
- Welke afspraken zijn helpend bij de overgang po-vo voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte?
- Hoe betrek ik het samenwerkingsverband bij de overstap?
- Waar let ik op na de aanmelding van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte?
- Wanneer adviseer je een leerling met extra ondersteuningsbehoefte en waar let je op bij de overdracht?
- Waar moet ik aan denken bij de start op het vo/vso?
- Hoe betrek ik ouders van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte bij de overstap van po naar vo?
-
-
1. Toelating leerlingen met ondersteuningsbehoefte
1.1 Is een schooladvies dat wordt afgegeven door een school voor sbo of speciaal onderwijs ook leidend voor toelating tot het reguliere voortgezet onderwijs?
Ja, scholen voor regulier voortgezet onderwijs baseren zich bij de toelating altijd op het definitieve schooladvies.
Zie ook: het bevoegd gezag van een school voor vwo, havo, mavo of vbo baseert zijn beslissing over de toelating tot het eerste leerjaar op het definitieve schooladvies, bedoeld in artikel 45d, derde lid, WPO, artikel 48e, derde lid, WEC of artikel 51d, derde lid, WPO BES.
1.2 Bepaalt het schooladvies of een leerling toegelaten wordt tot het speciaal onderwijs (so)?
Nee, voor toelating tot het voortgezet speciaal onderwijs is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig. Het schooladvies is enkel het advies over het niveau van de leerling en gaat niet over plaatsing op regulier of speciaal.
1.3 Is er een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig bij de overgang naar het voortgezet speciaal onderwijs (vso)?
Een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) is nodig bij verwijzing naar het (voortgezet) speciaal onderwijs. Bij de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs moet een nieuwe TLV worden aangevraagd. Dit is dus ook zo bij de overgang van het speciaal onderwijs naar het voortgezet speciaal onderwijs.
Bij de overgang van po naar vo heeft de school voor voortgezet onderwijs waar de leerling wordt aangemeld, de zorgplicht voor de leerling. Deze school vraagt de (nieuwe) TLV aan. In dit stroomschema staat wanneer je een TLV moet aanvragen en bij welk swv.
1.4 Kan een vo-school een maximum stellen aan het aantal leerlingen met ondersteuningsbehoeften?
Een school moet altijd eerst onderzoeken of zij zelf passende ondersteuning kan bieden. Indien dat niet het geval is, heeft de school de zorgplicht om te zorgen voor een passend aanbod elders. Puur een maximum stellen aan een aantal kinderen met ondersteuningsbehoeften mag niet ingevolge de Wet gelijke behandeling en kan ook zeker rekenen op een negatief oordeel bij de geschillencommissie passend onderwijs.
1.5 Moet een vo-school een leerling toelaten die volgens het schooladvies toelaatbaar is tot de schoolsoort, maar aan wie de school niet de juiste ondersteuning kan bieden?
Hier gelden de regels van passend onderwijs. De vo-school heeft een zorgplicht voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Als de vo-school niet de juiste ondersteuning kan bieden, zoals blijkt uit het ondersteuningsprofiel van de school, dan kijkt de school in het kader van de zorgplicht op welke school de leerling terecht zou kunnen. De leerling komt in ieder geval terecht op een schoolsoort die past bij het schooladvies. Als de leerling bijvoorbeeld een havo-schooladvies heeft, krijgt hij/zij ergens een plek op de havo.
1.6 Vo-scholen mogen zich bij de toelating niet meer baseren op toetsgegevens. Soms is er echter wel extra onderzoek nodig op de vo-school om te weten welke ondersteuning een leerling nodig heeft. Mag dit nog wel?
Daar waar een leerling extra ondersteuning nodig heeft, bevat het onderwijskundig rapport van de leerling al veel informatie die een vo-school kan gebruiken om de extra ondersteuningsbehoefte te bepalen. Daarnaast kan de vo-school in een gesprek met de basisschool veel te weten komen over de ondersteuningsbehoefte van een leerling. In veel gevallen is extra onderzoek in de vorm van toetsen dan ook niet nodig. Daar waar dit wel nodig is, blijft dit toegestaan. Het onderzoek gaat hier immers niet om de toelating van de leerling tot een bepaalde schoolsoort (bijvoorbeeld vmbo-tl of havo). Daarin is het schooladvies leidend. Het eventuele extra onderzoek heeft alleen betrekking op de ondersteuning die de leerling nodig heeft om de schoolsoort met succes te kunnen doorlopen.
1.7 Mogen leerlingen, onder bepaalde voorwaarden eerder dan in de aanmeldweek worden aangemeld bij een v(s)o school en ook eerder dan andere leerlingen worden geplaatst?
Leerlingen mogen bij het vso eerder dan de aanmeldweek worden aangemeld. Het vso is uitgesloten van de centrale aanmeldweek. Leerlingen melden zich bij het vo aan in de centrale aanmeldweek. Optioneel mogen regio’s ouders/scholen de ruimte geven om aan te melden zodra het definitief schooladvies (en dus het toetsadvies, indien relevant) afgegeven is.
Voor leerlingen die een TLV nodig hebben voor de overgang, mag eerder dan de aanmeldweek een TLV-procedure gestart worden. De TLV-procedure en de aanmelding zijn twee losse processen. Door de TLV-procedure eerder te starten, kan een TLV ruim op tijd voor de aanmelding afgegeven worden. Dit geldt ook voor het praktijkonderwijs (PrO). Verder valt PrO onder regulier vo, dus aanmelding bij het PrO kan pas met een definitief schooladvies in de centrale aanmeldweek (of eerder als een regio daar ruimte voor geeft).
2. Toetsing leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs
2.1 Hoe werkt toelating met leerwegondersteuning (lwoo)?
Het schooladvies is leidend voor toelating tot vmbo, havo en vwo. De indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) staat hier los van. Sommige basisscholen geven het schooladvies ’vmbo met lwoo’. Het tweede gedeelte van dit advies – ‘met lwoo’ – is geen onderdeel van het schooladvies. Het is een constatering over de ondersteuning die deze leerling naar verwachting nodig heeft na plaatsing op de betreffende schoolsoort. Het is dus niet zo dat het basisonderwijs bepaalt of een leerling in aanmerking komt voor lwoo. Het uiteindelijke besluit over toewijzing van lwoo-bekostiging ligt bij het samenwerkingsverband vo.
De lwoo-indicatie gaat als volgt¹: de leerling wordt aangemeld bij een school en de school laat de leerling toe op basis van het schooladvies. Vervolgens vraagt de vo-school extra ondersteuning aan in de vorm van lwoo. Alleen scholen met een lwoo-licentie kunnen deze extra ondersteuning ontvangen. Een school die deze licentie niet heeft, verwijst een lwoo-leerling door naar een vo-school met een licentie of vangt deze leerling zelf op zonder lwoo-middelen.
Sommige leerlingen voor wie lwoo is aangevraagd, zullen niet voldoen aan de landelijke criteria en daarom niet worden beoordeeld als ‘aangewezen op lwoo’. In veel gevallen zal de leerling wel een ondersteuningsbehoefte hebben. De school kijkt dan eerst of ze zelf de juiste ondersteuning kan bieden, al dan niet met extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband. Zo niet, dan zorgt de school er in het kader van de zorgplicht voor dat de leerling op een andere passende plek binnen het samenwerkingsverband terechtkan.
¹Een samenwerkingsverband vo kan kiezen voor ‘opting out’ in het kader van lwoo. Dat betekent dat zij kunnen afwijken van de landelijke criteria of eigen afspraken kunnen maken over licenties.
2.2 Hoe werkt de toelating tot het praktijkonderwijs?
Om toegelaten te worden tot het praktijkonderwijs (PrO), is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig. Het is dus niet zo dat het basisonderwijs via het schooladvies bepaalt of een leerling in aanmerking komt voor praktijkonderwijs. Voor de toelating tot het praktijkonderwijs geldt dezelfde werkwijze als voor lwoo. Het uiteindelijke besluit voor de toelating tot praktijkonderwijs ligt vanaf 1 januari 2016 bij het samenwerkingsverband vo. Voorheen waren de Regionale VerwijzingsCommissies (RVC) hiervoor verantwoordelijk.
2.3 Mag een vmbo-school een leerling met schooladvies vmbo weigeren, omdat de leerling een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor praktijkonderwijs (PrO) heeft gekregen en een schooladvies voor vmbo?
Nee, dit mag niet. Als een leerling een vmbo-advies heeft gekregen van de basisschool, maar van het samenwerkingsverband vo een TLV-PrO krijgt, dan kan de leerling door de ouders op het vmbo worden aangemeld. In dat geval is het schooladvies leidend en laat de vmbo-school de leerling toe. De ouders kunnen er wel voor kiezen om de leerling op het PrO aan te melden waar de leerling ook toelaatbaar is.
Indien een leerling een TLV-PrO heeft, heeft de leerling een ondersteuningsbehoefte. Wanneer de leerling wordt aangemeld bij een vmbo-school, heeft de school zorgplicht en kijkt of ze zelf de juiste ondersteuning kan bieden, al dan niet met lwoo of een andere vorm van ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband. Indien de leerling lwoo wordt aangeboden, kan de school de leerling met een PrO-indicatie inschrijven als lwoo-leerling. Daar hoeft geen aparte lwoo-indicatie voor te worden aangevraagd.
Kan de school de leerling niet de juiste ondersteuning bieden (bijvoorbeeld omdat de school geen lwoo-licentie heeft, of de ondersteuningsbehoefte groter is dan de school kan bieden), dan zorgt de school er, in het kader van de zorgplicht, voor dat de leerling op een andere passende plek binnen het samenwerkingsverband kan worden toegelaten.
2.4 Mogen vo-scholen extra toetsen afnemen voor het aanvragen van een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (PrO)?
De toetsing voor de indicatie voor lwoo of PrO is niet hetzelfde als aanvullende toetsing voor toelating tot een vo-school. Vo-scholen kunnen de toetsen die nodig zijn voor een lwoo- of PrO-indicatiestelling blijven gebruiken voor het aanvragen van een indicatie of toelaatbaarheidsverklaring (TLV). De toetsresultaten mogen echter niet door de vo-school worden gebruikt als reden om een leerling wel of niet toe te laten tot een bepaalde schoolsoort op de school.
In principe is de vo-school verantwoordelijk voor deze toetsing. Niet in alle gevallen zal het daadwerkelijk nodig zijn om als vo-school extra toetsen af te nemen. Sommige leerlingen hebben op de basisschool al toetsen gemaakt die kunnen worden gebruikt voor de indicatiestelling lwoo en TLV-PrO. Denk hierbij aan de toetsen van het leerlingvolgsysteem of een intelligentietest. Vaak staan deze gegevens ook in het onderwijskundig rapport van de leerling. Indien gewenst kan de vo-school deze gegevens gebruiken in plaats van extra toetsen af te nemen.
2.5 Wie is er verantwoordelijk voor het aanleveren van onderzoeks- en dossiergegevens bij een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aanvraag praktijkonderwijs (PrO)?
De informatie over de leerling wat betreft onderzoeks- en dossiergegevens komt van de verwijzende school. Als ouders de leerling rechtstreeks aanmelden op een PrO-school is de basisschool de verwijzende school en dus verantwoordelijk voor de voorbereiding. Als de leerling aangemeld wordt op een vo-school (niet zijnde PrO) en vanuit daaruit een TLV-PrO aanvraagt, dan is de vo-school de verwijzende school en dus verantwoordelijk voor de voorbereiding.
‘De voorbereiding en het aanleveren van de benodigde documenten zijn taken van de verwijzende school. De school voor praktijkonderwijs maakt na overleg met de verwijzende school en op basis van het ontwikkelingsperspectief of onderwijskundig rapport en het leerling-dossier een afweging of de desbetreffende leerling voldoet aan de criteria van het eerste lid. De school voor praktijkonderwijs kan deze afweging pas goed maken als over de leerling voldoende en relevante informatie is verstrekt door de verwijzende school, en kan de verwijzende school vragen om meer informatie aan te leveren. Als de school voor praktijkonderwijs tot de conclusie komt dat de zorgbehoefte van de leerling aansluit bij haar aanbod van het praktijkonderwijs en de leerling voldoet aan de andere eisen die gesteld worden in het eerste lid, kan het bevoegd gezag van die school een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring praktijkonderwijs indienen bij het samenwerkingsverband.’ (Uitvoeringsbesluit WVO 2020, Nota van toelichting p. 118-119)
3. Soepele overgang van po-vo voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften
3.1 Welke afspraken zijn helpend bij de overgang po-vo voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte?
Afspraken met elkaar maken en deze vastleggen is in algemene zin belangrijk. In het kader van de overgang van po naar vo van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, waarbij een behoorlijke hoeveelheid partijen betrokken zijn, is dit zelfs noodzakelijk. Een relevante schakel binnen dit proces zijn de samenwerkingsverbanden (po en vo). Zij adviseren en denken mee.
In de praktijk
Een uitvraag onder een brede groep van medewerkers van samenwerkingsverbanden (swv’s), IB-ers en zorg-/ondersteuningscoördinatoren leert dat er vele soorten van overleg(groepen) gehanteerd worden in het kader van de overgang van de leerling. Het samenwerkingsverband is vaak betrokken, op meer actieve of juist passieve basis. De informatie over ondersteuningsbehoeften en wat dit betekent voor de overgang is er vaak wel, maar komt niet altijd (tijdig) voorhanden. Ook is de informatie lang niet altijd even eenduidig en begrijpelijk. Wet- en regelgeving rondom privacy- en gegevensdeling maken het nog ingewikkelder of juist specifieker. Kortom: regelmatig afstemmen en het vastleggen van gezamenlijke afspraken is ontzettend belangrijk.
Tips
- Richt, als dat nog niet het geval is, een structurele vorm van overleg in binnen een samenwerkingsverband waarin je de overgang po-vo behandelt en (algemene en concrete) afspraken maakt. Zo creëer je helderheid voor alle betrokken partijen. Leg de afspraken vast en deel deze met alle betrokken partijen om eenduidigheid in het proces en de ondersteuningsmogelijkheden te borgen. Leg bijvoorbeeld vast:
– Algemene overgangsprocedure POVO
– Jaarplanningen
– Wegwijzer POVO
– Interne werkwijzer - Zorg voor tijdige verspreiding van de informatie, zodat iedereen met dezelfde (begrijpelijke) informatie de leerling(en) kan begeleiden bij de overgang. Denk ook hierbij aan informatiebijeenkomsten of informatie op een ‘centrale’ website, waar iedereen die gemakkelijk kan vinden.
- Betrek de samenwerkingsverbanden vroegtijdig om vast te stellen of er een verwijzing naar het vso nodig is, of doorstroom naar regulier voortgezet onderwijs met inzet van extra ondersteuning.
3.2 Hoe betrek ik het samenwerkingsverband bij de overstap?
De overstap van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte van het po naar het vo verschilt per individu. Algemene afspraken zijn dus niet altijd toepasbaar. Het samenwerkingsverband (swv) kan betrokken worden om mee te denken met ouders en school. De praktijk leert dat het samenwerkingsverband po eerder betrokken wordt dan het samenwerkingsverband vo of de combinatie van de samenwerkingsverbanden po en vo. Dit heeft, zeker omdat het een overstap betreft, wel de voorkeur: korte lijnen komen de afstemming ten goede. Tenslotte staat de leerling en zijn of haar ondersteuningsbehoefte centraal.
In de praktijk
In de meeste gevallen wordt het samenwerkingsverband in leerjaar 7 of 8 betrokken. Vaak neemt de po-school het eerste initiatief. In veel gevallen is ook een (ambulant) begeleider/coach betrokken. Tijdige en eenduidig informatie verstrekken maakt de overstap een stuk soepeler.
Tips
- Maak algemene afspraken over (vaste) betrokkenheid van beide samenwerkingsverbanden (po en vo) bij de overgang van de leerling en leg deze vast. Schakel bij leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte uiterlijk eind groep 7 het swv vo in.
- In elk samenwerkingsverband is een ouder- en jeugdsteunpunt. Ouders en jongeren vinden daar informatie over en steun bij passend onderwijs. De overgangsprocedure van po naar vo kan hier ook een plek krijgen.
3.3 Waar let ik op na de aanmelding van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte?
De meeste leerlingen worden toegelaten op de vo-school na aanmelding. Maar het gaat niet altijd vanzelf en het samenwerkingsverband heeft niet altijd zicht op de niet geplaatste leerlingen. Er zijn tal van zaken die beïnvloeden of en wanneer je zicht krijgt als samenwerkingsverband op de niet geplaatste leerlingen; zoals de informatie hierover van de school, het systeem waar de school mee werkt en wie toegang heeft, maar ook wie betrokken zijn in de procedure.
In de praktijk
Het samenwerkingsverband monitort of alle leerlingen geplaatst zijn en kan meedenken en adviseren als er knelpunten zijn rondom plaatsing. Vaak wordt hier vanuit de school om gevraagd, omdat het in de basis een verantwoordelijkheid is van de school en niet van het samenwerkingsverband om de leerling naar een passende vervolgschool te begeleiden. Hoewel incidenteel, zijn ook binnen samenwerkingsverbanden knelpunten die het nakomen van de zorgplicht in de weg staan.
Tips
- Leg vast wanneer en hoe in het proces het samenwerkingsverband geïnformeerd wordt over de niet-geplaatste leerlingen, dit kan bijvoorbeeld bij het structurele algemene overleg.
- Stel bij de warme overdracht de ondersteuningsbehoefte van de leerling centraal en bespreek dit met de betrokkenen.
- Benoem verantwoordelijkheden en rollen van de betrokken partijen.
3.4 Wanneer adviseer je een leerling met extra ondersteuningsbehoefte en waar let je op bij de overdracht?
Afspraken over gegevensdeling (in het kader van dataminimalisatie) zijn noodzakelijk bij de advisering en overdracht van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Zeker sinds de invoering van de AVG-wetgeving. In het veld zijn er veel verschillende systemen voor het delen van gegevens. Dit geeft overzicht en scheelt tijd.
In de praktijk
Vaak hebben samenwerkingsverbanden afspraken over het toevoegen van het ontwikkelingsperspectief (OPP) als aanvulling op het onderwijskundig rapport (OKR). Maar dat gebeurt vaak alleen bij het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV). Over het algemeen zien we terug dat de afspraak tussen de scholen is: is er een OPP, dan wordt deze als bijlage aan het OKR toegevoegd.
- Bij advisering over de vervolgschool wordt er altijd gekeken naar welke ondersteuningsbehoefte de leerling nodig heeft.
- Voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte wordt veelal gezorgd voor een warme overdracht. Dit ligt niet vast en de precieze aanpak verschilt per school. Ouders en leerling zijn nog niet altijd betrokken bij de warme overdracht. Bij de overdracht van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte wordt het samenwerkingsverband soms betrokken, afhankelijk van de casus.
Betrokkenheid van begeleiders, leraren, mentoren en ouders bij de advisering en overdracht is over het algemeen een belangrijk onderwerp. Ouders, leerling en eventuele (externe) ondersteuners zijn niet altijd aanwezig bij de warme overdracht, maar hebben daar vaak wel behoefte aan.
Tips
- Zorg voor een eenduidige en toegankelijke manier en applicatie voor de gegevensoverdracht, AVG-proof en makkelijk beheersbaar. Denk hierbij aan dataminimalisatie. In deze Privacy tool vind je meer informatie.
- Maak heldere afspraken over wie er betrokken zijn bij de advisering en overdracht. Kijk daarbij ook naar de behoefte van de diverse partijen (zoals de behoefte van betrokkenheid van leerling, ouders, leraren en mentoren/ondersteuners).
Kijk met elkaar naar de verantwoordelijkheden en rollen om te voorkomen dat bepaalde (individuele) zaken te laat worden opgepakt.
7 tips voor zorgvuldige uitwisseling van gegevens tussen scholen en externe partners
- Praten met in plaats van praten over: betrek de ouders, en als dat kan ook de leerling, bij overleg en de zoektocht naar oplossingen.
- Bespreek een casus anoniem: laat de naam weg en schets de casus zodanig dat die onherkenbaar is.
- Doelbepaling en doelbinding: is het doel waarvoor de school de persoonsgegevens verzamelt verenigbaar met het doel van de partner waarmee je uitwisselt?
- Grondslag: is de toestemming die de school van ouders heeft gekregen voldoende geldig om gegevens uit te wisselen met de externe partner?
- Dataminimalisatie: wissel niet méér gegevens uit dan noodzakelijk.
- Transparantie: informeer de leerling en/of ouders wiens gegevens het betreft over de uitwisseling en het waarom daarvan.
- Data-integriteit: zorg dat de persoonsgegevens die worden uitgewisseld correct zijn en zorg voor een veilige uitwisseling, waarbij alleen diegenen toegang hebben tot de informatie die dat nodig hebben. In de samenwerking met externe partijen hoort hier bijvoorbeeld beveiligd mailen bij en het werken in een gezamenlijke webomgeving met bijpassende autorisaties.
Bron: Privacy tool Steunpunt Passend Onderwijs
3.5 Waar moet ik aan denken bij de start op het vo/vso?
De leerling is gestart op het voorgezet (speciaal) onderwijs, en dan? Het kan zijn dat de leerling prima zijn weg weet te vinden in de nieuwe omgeving, maar de veranderingen kunnen ook zorgen voor een wat moeizamere start. Wie is dan verantwoordelijk, wie zorgt voor de begeleiding? De juiste invulling en ondersteuning kunnen behoorlijk wat tijd in beslag nemen dus is het raadzaam om hier scherp op te zijn in het belang van de leerling.
In de praktijk
Als de leerling de overgang heeft gemaakt van het po naar het vo is er vaak geen algemene procedure van toepassing. Als de leerling een moeilijke start heeft, wordt er niet altijd contact opgenomen met de school van herkomst. Hierin is dus winst te maken. Zoals gezegd, is het niet altijd helder wie de verantwoordelijkheid heeft over de leerling of situatie bij een moeizame start, daarom helpen heldere afspraken en een warme overdracht.
Tips
- Maak afspraken over de procedure van begeleiding en ondersteuning bij de start van de leerling op het vo. Dit kan een onderdeel vormen van de warme overdracht op individueel niveau.
- Leg de gemaakte afspraken vast in een centraal (digitaal) dossier, inclusief de verantwoordelijkheden per betrokken partner. Dit zorgt voor eenduidigheid. Zo staat ook de ondersteuning en begeleiding van de leerling centraal.
- Neem in de overgangsprocedure op dat er contact wordt opgenomen met de leerkracht of interne begeleider van de school van herkomst als de start op de vervolgschool moeizaam verloopt.
3.6 Hoe betrek ik ouders van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte bij de overstap van po naar vo?
Er komt heel wat kijken bij de overstap van een leerling van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Belangrijk is daarom dat alle betrokken partijen hun eigen rol en verantwoordelijkheid nemen. Het proces start over het algemeen op de po-school met een voorlopig schooladvies in groep 7. Dat is ook van belang in het kader van tijdige informatievoorziening aan ouders en stimuleren van hun betrokkenheid. Zeker de basisschool, maar ook het samenwerkingsverband moeten de ouders/begeleiders voorzien van juiste, begrijpelijke en eenduidige informatie.
In de praktijk
De betrokkenheid van ouders bij de overgang van hun kind van het po naar vo is wisselend per regio, schoolverband of casus. Neem bijvoorbeeld de informatievoorziening over algemene afspraken rondom de overstap van leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte. Vaak wordt dat vormgegeven middels een contactmoment of website, maar er is nog niet overal een centraal informatiepunt waar ouders en/of begeleiders te allen tijde terecht kunnen en daar is zeker behoefte aan. Voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte heeft een persoonlijk gesprek over de overstap de voorkeur.
Ook over het ondersteuningsaanbod van de vo- en vso-scholen in het betreffende samenwerkingsverband worden ouders op uiteenlopende wijze geïnformeerd. Het is vooral de basisschool die informatie geeft, maar vanuit het voortgezet onderwijs dragen de open dagen bij aan de informatievoorziening. De IB-er heeft een belangrijke rol om ouders op de basisschool uit te leggen op welke ondersteuning hun kind straks op de middelbare school kan rekenen. In sommige samenwerkingsverbanden heeft de adviseur van het samenwerkingsverband contact met ouders voor de overstap naar het vo.
Tips
- Organiseer als basisschool één of meerdere contactmomenten met ouders rond het thema overstap po naar vo, hier is een duidelijke behoefte aan.
- Breng als leerkracht samen met de leerling en ouders goed in beeld wat de ondersteuningsbehoefte is en of de beoogde vo-school hierin ondersteunend kan zijn.
- Zorg voor een begrijpelijke en eenduidige informatie-set over de overstap en de extra ondersteuningsmogelijkheden, centraal aangeboden op bijvoorbeeld een website.
- Voor ouders is het belangrijk op tijd te beginnen met het oriënteren op de vervolgschool. Zeker als het gaat om extra ondersteuningsbehoefte, dan is het belangrijk om je goed te laten informeren door de mogelijke vervolgschool.
Deze informatie is getoetst door het ministerie van OCW.
November 2024.