De Kinderombudsman is positief over de stap van de minister van OCW naar inclusief onderwijs. De ambitie uit de werkagenda van het kabinet is dat kinderen met een beperking dichtbij huis een school kunnen kiezen waar ze zich thuis voelen en zich naar eigen mogelijkheden kunnen ontwikkelen. Een brede visie op inclusiviteit en concrete maatregelen ontbreken echter.
Inclusief onderwijs is een recht uit het Kinderrechtenverdrag maar wordt in de werkagenda alleen geregeld voor kinderen met een beperking of ziekte. De Kinderombudsman mist een brede visie op inclusief onderwijs. De inzet voor kinderen met een beperking is namelijk ook nodig voor andere groepen kinderen, die om welke reden dan ook extra hulp nodig hebben en nu vaak minder kansen krijgen op school. Bijvoorbeeld kinderen in armoede of kinderen met een migratie-achtergrond.
Kijken we naar het Kinderrechtenverdrag, dan hebben álle kinderen het gelijke recht om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen en hebben zij hiervoor een inclusieve schoolomgeving nodig.
De Kinderombudsman betwijfelt daarnaast of de ambitie uit de werkagenda gehaald kan worden zonder enige concrete verplichting aan het onderwijs. Scholen zijn vrij om de plannen van de minister uit te voeren. Scholen ontvangen geen extra middelen voor zorg en voorzieningen.
Wat kinderen zelf vinden
Een concrete aanbeveling is om in te zetten op een beter pedagogisch klimaat. Kinderen geven zelf aan dat ze écht gezien en gehoord willen worden op school, meer rust en structuur nodig hebben in de klas en dat hun school veiliger moet zijn. Hierop inzetten maakt de school voor ieder kind een fijne leerplek, ongeacht achtergrond, thuissituatie of andere kenmerken.
Bekijk hier het bericht, de brief aan de minister en het rapport van de Kinderombudsman