Op dinsdag 3 februari kwamen er zo’n 100 professionals uit het land naar Utrecht voor de masterclass inclusie: van individueel naar inclusief onderwijs.
Bij de start werden de deelnemers direct uitgenodigd om na te denken over die leerling die jou het het meest moeilijk heeft gemaakt. En wat heb je daarvan geleerd? Want als je wil nadenken over inclusief onderwijs, word je uitgedaagd na te denken over je normen. Dat kun je leren van de leerling waarbij het niet wil. Na deze korte introductie doken we een stevige inhoud in van thematiek die je tegen gaat komen als je in beweging bent naar inclusief onderwijs.
Richten-inrichten-verrichten
Voor het nadenken en aan de slag gaan voor inclusief onderwijs is alleen inspiratie opdoen niet genoeg. Het vraagt ‘transpiratie’. Je gaat werken aan zaken waar je last van hebt en durf je dan die pijn, dat schuren op te zoeken in je vraagstuk? Het vraagt keihard werken, omdat de normen ter discussie gesteld worden. Wat vind jij een ‘normale’ leerling en waarom vind je dat eigenlijk?
Veel van de vragen die gesteld worden in de beweging naar inclusie passen in het model Richten-Inrichten-Verrichten. Wanneer het gesprek over ‘verrichten’ gaat, houdt dat het gesprek over ‘richten’ tegen. Als je in gesprek bent met een collega over, bijvoorbeeld, weerstand, check dan op welk niveau is de vraag: richten, inrichten en verrichten. En stem af of dat ook het niveau is waarop het gesprek in jouw context met jouw doelgroep nu gesteld moet worden, of ligt er nog eerst iets anders te bespreken?
In de vragen die ook gesteld worden, is de vraag of het start met ‘mindset’. Gaan we eerst denken en dan doen? Terwijl er in de praktijk ook vaak geleerd wordt van het ‘doen’. Zorg dus dat het denken en doen in evenwicht is als je onderweg bent.
Van passend naar inclusief
Is inclusief onderwijs een herverpakking van passend onderwijs? Nee, het is niet als herverpakking, maar we worden opgeroepen om onze normen te gaan onderzoeken. Bevraag de normen als pedagoog en laat je dus aanspreken door leerlingen waarbij het niet wil. Het is een normatief vraagstuk: wat vinden wij eigenlijk goed onderwijs binnen je eigen context en je eigen populatie?
Tip: ga eens op onderzoek in de literatuur naar Janusz Korczak. Hij stelde zich telkens de vragen, hoe zwaar de omstandigheden ook waren: ‘Hoe leer ik waarvan ik denk dat goed is wat de leerling leert? Hoe kan ik deze leerlingen samen laten nadenken? Wat is het goede wat ik voor de kinderen kan doen?’ Als je werkt in het onderwijs, ontslaat je dat nooit van de vraag: ‘Wat leer ik van jou, van het kind? Wat ga IK anders doen?’
Pedagogisch leiderschap
Pedagogische leiderschap; leiderschap, maar waaraan eigenlijk? Wat vind jij van onderwijs? Bekijk je dit vanuit het individuele perspectief of vanuit het contextuele perspectief?
Bij het individuele perspectief vragen we: ‘Hé individu, wat heb je nodig? Wat heb je nog meer nodig?’ Ook kinderen en ouders zijn deze taal aan het overnemen. Hier zit de zorg, vanuit dit model aan inclusie werken: toekomen aan alle ondersteuningsbehoeften, vastgesteld door mensen buiten de klas, buiten de school. Dit legt druk op de leerkrachten.
Werken vanuit contextuele model van inclusie is, als de vraag gesteld wordt: ‘Hoe bouwen wij met onze kennis en ervaring dat we een context bouwen waar de leerlingen aan kunnen deelnemen? Dus we werken van individu naar context. Dit vraagt om je normen onder de loep te nemen. Met welke bril kijk jij?
Een belangrijk element dat inclusief onderwijs tegenhoudt, is het didactisch-pedagogisch tekort in de school. Dit wordt opgeslagen in het collectieve brein van het team en dan blokt voortgang en het contextuele perspectief. Wijs in je team een persoon aan die de advocaat van de leerling is en wissel met die rol en/of zorg voor manieren om het collectieve geheugen te resetten.
Weet je voor jezelf eerlijk waarom je eigenlijk inclusief onderwijs zou willen? Als je praat vanuit bekostiging, het kinderrechtenverdrag of de samenleving is inclusief, dan zijn dat externe drivers. Daarmee kom je in de beweging naar inclusie niet verder. Onderzoek dan dus de vragen: Wat is jouw pedagogisch argument? Wat is jouw pedagogische grond?
Pedagogische relatie
Een element ‘erkennen’ vraagt ook onderzoek bij het nadenken over inclusief onderwijs. Herken je ‘affirmatief erkennen’ in je organisatie en team of is er sprake van ‘transformatief’ erkennen?
Affirmatief erkennen is het erkennen zoals je nu bent, en daar in ondersteunen. Dat is de norm en het staat haaks op onderwijs. Het leidt tot erkenningsstrijd en is het kernverschil tussen zorg en onderwijs. Dit vraagt dus gesprek, affirmatief is zorg-taal en wat ouders zoeken.
Affirmatief erkennen werkt altijd, daarom ontploffen zorgstructuren. Vinden we dit verstandig? Vinden we dit goed? Is dit hoe je het zo willen?
Transformatief erkennen is erkennen waarvan de ander kan groeien. Het stimuleert de ontwikkeling, waar kan geleerd worden? Wat kan er wel?
De kleinste bouwsteen van inclusief onderwijs is de pedagogische relatie. De pedagogische relatie is de enige relatie die als doel heeft opgeheven te worden en de relatie is asymmetrisch, namelijk: er ligt meer verantwoordelijkheid bij ‘de oudste’ in de relatie. En de relatie is intentioneel/normatief, het is namelijk meer dan alleen de omgang. De spanning in deze relatie zit tussen ‘zijn – worden’. We gaan vaak deze spanning oplossen. Deze slaan dan door naar consumentenrelatie, juridische relatie, een klantenrelatie of zelfs gaat het richting een therapeutische relatie. Bij nadenken over inclusief onderwijs komt dit heel precies. Leg je het uit vanuit de spanning tussen ‘zijn’ en ‘worden’ of steek je in vanuit bv. de consumentenrelatie. Oproep: laat de leerkrachten vanuit de pedagogische basis werken met de leerlingen. Want dat maakt het vak van leraar tot het vak van leraar. Bewaar de spanning tussen ‘zijn-worden’.
Kan deze pedagogische relatie bij de leerkracht blijven als je werkt in ketens? Er is een publicatie Werken in Ketens waarin beschreven wordt wat de dynamiek is van werken in ketens en hoe je dit kunt ombuigen om die pedagogische relatie bij de leerkracht te laten.
En goed om in de gesprekken die gevoerd worden over inclusief onderwijs, telkens de check met elkaar te doen: hoe weten we nu dat we het over hetzelfde hebben? Hoe van mooie woorden naar daadwerkelijke daden? Wat is dan je vertrekpunt? Vanuit welke waarden werk je en tot welke keuzes leidt dit? Hebben we hetzelfde beeld bij de waarden? Wat krijgt voorrang?
Afsluitend diner
In deze masterclass werden de deelnemers met o.a. diverse reflecterende vragen aan het denken gezet. Tijdens de verwerkingstijd ontstonden er divers gesprekken en konden inzichten gedeeld worden. In de maaltijd die hierop volgende bleven de besproken thema’s het onderwerp van gesprek.
Beoordeling deelnemers
De deelnemers beoordeelden deze Masterclass met een 7.5.
Mooie presentatie, veel nadenkwerk voor mezelf en de keuzes met ons team.
- Deelnemer
Het heeft goed aan het denken gezet en veel aanknopingspunten gegeven om de juiste gesprekken te gaan voeren.
- Deelnemer
Deze masterclass maakt deel uit van de masterclassreeks Inclusief onderwijs. In 2026 organiseren de PO-Academie, de VO-academie en het Steunpunt Passend Onderwijs wederom vier masterclasses rondom dit thema. Klik hier voor het overzicht van de beschikbare masterclasses.