Banner

Schoolaanwezigheid en omgaan met verschillen in de klas

Het Kennisnetwerk Schoolaanwezigheid (KNSA) organiseerde op woensdag 4 maart een bijeenkomst voor iedereen die met schoolaanwezigheid aan de slag is of wil gaan. Het thema was Omgaan met verschillen in de klas: hoe creëer je een leeromgeving waarin alle leerlingen zich gezien voelen en betrokken blijven, ook als zij afwijken van de norm?

De middag bestond uit een keynote van Luc Stevens en twee workshoprondes, waarin deelnemers konden kiezen uit verschillende workshops die elk vanuit een eigen perspectief ingaan op het thema. Vanuit Steunpunt Passend Onderwijs gaven we een sessie over de leidraad leerkracht-leerlingrelaties van het NKO.

 

Keynote Luc Stevens

Luc Stevens is emeritus hoogleraar orthopedagogiek en een toonaangevende stem in het Nederlandse onderwijs. Hij is oprichter van NIVOZ en bekend van de pedagogische visie ‘Eerst het kind, dan de leerling’. In zijn werk benadrukt hij het belang van relatie, verantwoordelijkheid en een schoolcultuur waarin ieder kind ertoe doet en zich uitgenodigd voelt om aanwezig te zijn.

“Ik heb je gemist”: over het belang van de pedagogische relatie

Goed omgaan met kinderen betekent goed omgaan met verschillen. Toch worden die verschillen in het huidige onderwijs vaak geproblematiseerd. Luc Stevens pleit daarom voor een fundamentele kanteling in het denken over onderwijs: leerlingen erkennen als volwaardige partners, en leerkrachten die naast hen gaan staan in plaats van tegenover hen. Dit is nodig om de hardnekkige problemen van vandaag werkelijk te kunnen doorbreken. Hieronder een aantal van zijn gedachten, die hij tijdens het KNSA uitsprak ter bemoediging van allen die naast kinderen en jongeren staan bij het ondersteunen van hun onderwijsdeelname.

Pedagogische opdracht: erkenning en bemoediging

Pedagogisch handelen betekent: uitdaging bieden in aansluiting op wat een kind aankan. Kinderen moeten ervaren dat zij succesvol kunnen zijn. Erkenning en bemoediging vormen de essentie van deze pedagogische grondhouding.

Stevens beschrijft een kanteling in de rol van de leraar:

  • is de leraar vooral probleemoplosser, of
  • iemand die perspectief en uitzicht biedt?

De inrichting van het onderwijs vraagt een verschuiving van controle naar bemoediging. Dit vraagt dat leraren vertrouwen uitspreken: hopen, geloven en verwachten dat leerlingen vooruitkomen.

De leerling als actor in een relationele werkelijkheid

Daarvoor moet de school moet de leerling niet zien als object waar “iets mee moet”, maar als actor van zijn eigen ontwikkeling. Drill and practice werken op korte termijn, maar voor duurzame ontwikkeling is iets anders nodig: eigenaarschap, motivatie, relatie en autonomie. School is een relationele werkelijkheid. Leren gebeurt in interactie. Een cultuur van attendance – “we hebben je gemist, je hoort erbij” – is daarvoor een voorwaarde. Kinderen moeten kunnen laten zien wat zij kunnen en zelf uitspreken wat zij willen leren. Dat gebeurt nu nog te weinig. De leerling moet ervaren dat hij ertoe doet, dat zijn stem betekenis heeft en dat de leraar werkelijk luistert. Voorbeelden uit de praktijk laten zien dat nabijheid, intuïtie en relationele gevoeligheid het verschil maken: samen potloden opruimen in plaats van boos worden, of als leraar het gesprek openen met de klas omdat je intuïtief voelt dat de groep geen geheel is. Het draait om waardigheid en respect. De leerkracht is het belangrijkste instrument – niet de methode of het programma. Geprogrammeerd leren werkt voor veel kinderen niet. Wat wel werkt is de leraar die contact maakt, luistert, betrokken is en kansen ziet.

Een uitgebreidere weergave van zijn ideeën vind je binnenkort op de site van het NJi.

 

Sessie ‘Leidraad leerkracht-leerlingrelaties’

Een positieve leerkracht-leerlingrelatie is belangrijk, omdat deze invloed heeft op de ontwikkeling van leerlingen en op het welbevinden van leerkrachten. Leerlingen die een positieve relatie met hun leerkracht hebben, zijn gemotiveerder en meer betrokken bij school. Leerkrachten die positieve relaties met hun leerlingen hebben, zijn enthousiaster over hun werk en ervaren minder stress.

Leidraad

Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs publiceerde in 2025 een leidraad die is gebaseerd op verschillende theorieën en op internationale wetenschappelijke literatuur. Leerkrachten kunnen deze kennis gebruiken om positieve relaties met leerlingen te stimuleren en negatieve relaties met leerlingen te beperken.

Sessie

Na een korte plenair ophaalronde rondom de vraag: “Wat denk jij dat positief werkt in de relatie leerkracht-leerling?” zijn er diverse aanbevelingen vanuit deze leidraad in beeld gebracht. Daarna gingen de deelnemers in gesprek met elkaar over: ‘Wat betekent dit voor jouw professionele werkomgeving? ‘Waar en hoe kun je dit implementeren en borgen?’ en ‘Hoe kun je kernpartners hierin meenemen?’  Met de visie ‘in beeld blijven begint bij gezien worden’, in relatie, autonomie en competentie, zijn er goede gesprekken gevoerd waarbij steeds duidelijker werd: ‘goede schoolaanwezigheid begint op een plek waar je graag wilt zijn en gezien wordt.’

Feedback

Het NKO wil graag reacties ontvangen over deze leidraad. Als je deze sessie hebt gevolgd, wil je dan via onderwijskennis.nl/leidraden/vragenlijst feedback geven? Voor het NKO is het van grote waarde om te weten hoe de leidraad wordt gewaardeerd.

 

 

Kennisnetwerk Schoolaanwezigheid

Het Kennisnetwerk Schoolaanwezigheid is een initiatief van het NJi, Ingrado en Steunpunt Passend Onderwijs. Een aantal keer per jaar organiseren zij een bijeenkomst rond het thema ‘Schoolaanwezigheid’.