In Zo doen zij dit, laten we de professionals uit de praktijk aan het woord. Dit met onderwerpen over de weg naar passend en inclusief onderwijs en alles daartussen. Er wordt belicht wat er goed gaat, maar ook waar de leerpunten liggen. Via deze verhalen hopen wij vanuit Steunpunt Passend Onderwijs anderen in het werkveld te inspireren. In deze eerste Zo doen zij dit een gesprek met Will van der Zanden, directeur van Het Gele Park in Lichtenvoorde. Hier vindt een intensieve samenwerking onder één dak plaats tussen kinderopvang, (speciaal) basisonderwijs, speciaal onderwijs en zorg.
Hoe is het allemaal begonnen?
In 2011 was mijn gebouw aan vervanging toe, ik was toen directeur van een sbo. Mijn collega van De Onderwijsspecialisten (ZMLK onderwijs) zei: ‘Mijn gebouw moet ook vervangen worden, zullen we samen gaan bouwen?’ Ik wilde samenwerken én ik wilde dat kinderen in speciaal- en regulier onderwijs van elkaar konden leren. Hij zei ‘Dat is een mooi idee, basisonderwijs erbij, maar dan wil ik ook de zorg erbij.’ Dus gingen we in gesprek met Zozijn. Bij Zozijn zitten kinderen van 2,5 tot 4,5 jaar met een ontwikkelingsvraag. Zozijn had net de visie bijgesteld en wilde juist voortaan met hun doelgroep tussen de andere kinderen zitten. Zij deden graag mee. En uiteraard, in deze tijd, kan en wil je niet zonder de kinderopvang. Dus sloten de 0-4 jarigen en de bso aan. Zo ging de bal rollen, we vonden elkaar.
Hoe werkt Het Gele Park?
Kinderopvang, (speciaal) basisonderwijs, speciaal onderwijs en zorg zitten hier samen onder één dak. We stemmen programma’s en thema’s op elkaar af. De afdelingen/groepen zitten gespreid en gemixt door het gebouw, maar de groepen zelf zijn (nog) niet gemengd. We zijn een kindcentrum waar iedereen welkom is. Waar grenzen vervagen en we elkaars expertise gebruiken. We leren van elkaar. Het is integratie, nog geen inclusie. We werken geleidelijk toe naar meer inclusie.
Welke partijen zijn erbij betrokken?
Er is een samenwerking tussen vijf besturen van zes organisaties: basisonderwijs (Paraatscholen), speciaal basisonderwijs (Paraatscholen), kinderen met een verstandelijke beperking (De Onderwijsspecialisten), kinderen met gedragsproblemen in de structuurgroep (SOTOG), zorg (Zozijn) en kinderopvang/bso (De Achthoek). Elke organisatie heeft een eigen manager. Soms voor maar twee uur in de week. Maar het gaat om de verantwoordelijkheden, dat ligt gewoon wettelijk en inspectietechnisch gezien bij elke organisatie apart. Dat wilden de organisaties zo en dat wilde het bestuur zo. Niet één directeur met alle verantwoordelijkheden, maar grip houden op hun eigen kwaliteit. Zij worden er immers ook op afgerekend.

Hoe zijn deze partijen verbonden?
Voor de samenwerking is een apart bestuur opgericht. Dus de basisschooldirecteur legt verantwoording af aan zijn bestuurder, maar die bestuurder zit ook in het bestuur van deze stichting. Het voordeel hiervan is dat men er samen inzit en iedereen zich verantwoordelijk voelt. Daarnaast is de gemeente een goede partner. Het oprichten van het bestuur was ook van belang voor de gemeente. Die wilde met één partij praten over de realisatie van de nieuwbouw. De gemeente heeft toen intern een ambtelijke werkgroep ingericht zodat wij ook met één partij van doen hadden als het om de nieuwbouw ging, dat was heel fijn.
Wat was de rol van de gemeente bij de start?
Het heeft meegeholpen dat we hier te maken hadden met een krimpsituatie. Een argument voor de gemeente was, dat er een risico bestond dat speciaal onderwijs uit onze regio zou verdwijnen. Daarom kregen wij de middelen. In tien jaar is Het Gele Park gerealiseerd.
Wat heb je ervoor nodig?
Het start met intrinsieke motivatie, maar ook met inspiratie. Wat hier gebeurt, gebeurt nergens anders… maar wat ergens anders gebeurt, gebeurt ook niet hier. Ieder maakt zijn eigen kindcentrum. Wij werden geïnspireerd door een school in Elst, de Esdoorn. Een reguliere school met één groep ZML leerlingen in het basisonderwijs. Een collega-school van de ZML school hier in het dorp. Dat vond ik echt fantastisch. Het eerste wat we gedaan hebben, is met de gemeenteambtenaren en twee wethouders in een bus er naartoe. Daarna hoefde ik eigenlijk niets meer te doen, toen zagen mensen: ‘Dit moeten wij ook gaan doen.’ Dus kijk goed rond en haal inspiratie op.
Waar ben je trots op, wat maakt Het Gele Park tot een succes?
Op veel zaken, maar wat raakt is een kind dat met sondevoeding hier gewoon naar het regulier kan. Of dat meiden in groep acht nieuwsgierig zijn naar de ontwikkelgroep zorg. Dat ze dan daar mogen stagelopen. Wie weet creëren we toekomstige zorgmedewerkers! En een kind met syndroom van Down dat zelf bij groep-zes meiden gaat zitten, omdat hij wil leren lezen. Wat er dan gebeurt, heeft naast betekenis voor het kind met Down, óók betekenis voor die meiden. Een jongen uit het sbo rekent mee met de goede rekenaars van het regulier basisonderwijs, waar vo docenten aansluiten om wiskunde te geven. En in de zandbak? Daar zit misschien wel een toekomstige werkgever naast een kind met syndroom van Down te spelen. Wie weet helpen ze elkaar dan ook later op weg, als hij een werknemer zoekt in de werkplaats.

Hoe zorg je voor een teamgevoel?
We organiseren gezamenlijke activiteiten; studiedagen en avonden, vieringen, thema-afstemmingsmomenten, gezamenlijke bordsessies op de verschillende vleugels, een jaarfeest voor al het personeel enz. Van alle partijen zit er dan iemand in de organisatie. Dit helpt alert te blijven. Waarom doen we dit ook alweer samen? Dat samen ervoor gaan, moet je onderhouden. Daarnaast is een gezamenlijke visie ontwikkelen echt nodig. Wij hebben van alle partijen, een aantal mensen bij elkaar gezet; leerkrachten, IB-ers, managers. Dit om die visie echt samen neer te zetten. In 2016 hadden we de visie rond. Die visie is nog steeds onze leidraad. Wat willen we bereiken? Verder zijn er werkgroepen opgericht, zoals een werkgroep doorgaande lijn en een werkgroep zorg. Iedere organisatie had een eigen structuur en dat moest in één lijn gezet. Het is belangrijk dat je met elkaar dezelfde taal spreekt.
Speelt Het Gele Park ook een rol in de buurt?
Het Gele Park zelf is een beetje een ‘village’. Ik heb vier vrijwillige tuinmedewerkers die hier op maandagmorgen koffiedrinken en werkoverleg hebben. Daarna gaan ze aan de slag op ons flinke natuurlijk speelterrein. Ze zijn trots, zetten zich bijvoorbeeld extra in voor de open dag. Het ‘village’ gevoel zie je ook terug in de moestuin die we hebben aangelegd. De buurman uit de straat kwam naar me toe en zei: ‘Wat doen jullie hier? Zal ik helpen met het onderhouden?’ Deze man is nu ook onderdeel van Het Gele Park. De kinderen mogen er plantjes in zetten. Dat onderdeel zijn van, zie je ook weer terug in onze centrale hal. Daar is de bibliotheek waar tien oma’s en ouders bij helpen.
Waar liggen nog groeipunten?
Er zijn mooie successen, maar er zijn ook dingen niet goed gegaan. Daar wil ik echt wel heel duidelijk in zijn: het zijn wel tropenjaren geweest. Een nieuw gebouw kost energie. We wilden in ieder geval maar met één partij te maken hebben. Een belangrijk punt was flexibiliteit, het moest mogelijk zijn om het gebouw later weer aan te passen. In de meivakantie een jaar later, zijn bijvoorbeeld een aantal wanden bijgeplaatst, want de akoestiek was een ramp. Gelukkig hadden we ‘fit for purpose’ afgesproken, oftewel het moest voldoen. In de inrichting van het gebouw vergaten we dat door verschillende locaties samen te voegen er zes verschillende soorten meubilair zijn. Je wilt wel eenheid uitstralen.
Hoe realiseer je eenheid met elkaar?
Het nieuwe gebouw hier is helpend. Het heeft een open structuur. We benutten de ruimte en gangen optimaal en geven kinderen ruimte. Het open karakter van het gebouw zorgt dat je wel moet overleggen en samenwerken. Een belangrijk groeipunt voor mij is kleine stappen zetten, ik ben meer rigoureus. Maar je moet weerstanden overwinnen, opnieuw uitleggen, leerkrachten betrekken en meenemen. Dat betekent keihard werken. De mind-set creëren: ‘Iedereen hoort hier, iedereen hoort erbij’. Voor sommigen vraagt dit echt een geleidelijke overgang. Men heeft tijd nodig om het idee te omarmen, leerkrachten, pedagogisch medewerkers, iedereen.
Wat wil je vooral nog meegeven aan de lezers?
Ik vond dat er iets moest gebeuren, dat vind ik nog steeds. In Nederland hebben we een systeem met allerlei typen onderwijs. Kinderen met gedragsproblematiek? Laten we ze vooral allemaal bij elkaar zetten. Is dat de plek waar ze goed voorbeeldgedrag zien? Is een kind altijd gedragsmoeilijk? Natuurlijk niet, overal zijn grijze gebieden. Wat wij hier gerealiseerd hebben is nog geen inclusie maar wel integratie. Maar de indeling zit in ons systeem, ik hoor het mezelf ook nog soms zeggen. Laatst belde een ouder: ‘Mijn zoon is ziek, ik wil ‘m graag afmelden.’ Ik vroeg bij welke juf hij zit, de vader noemt de naam van de juf. ‘Oh, op het sbo’, zei ik. ‘Nee hoor’, zei de vader, ‘op Het Gele Park.’
Will, bedankt voor dit inspirerende verhaal! Ook een inspirerend verhaal om te delen? Laat het ons weten via m.zandbergen@poraad.nl