po vo
13 mei 2019

Veel aanvragen subsidie voor begaafde leerlingen

Vrijwel alle samenwerkingsverbanden hebben een aanvraag ingediend in het kader van de subsidieregeling. Begin december 2018 is de Subsidieregeling begaafde leerlingen PO en VO gepubliceerd. Deze subsidieregeling heeft tot doel om samenwerkingsverbanden en scholen te stimuleren een dekkend onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor begaafde leerlingen in te richten. In totaal zijn er 138 aanvragen voor subsidie ingediend. Bij 9 aanvragen gaat het om een gezamenlijke aanvraag van samenwerkingsverbanden. Er is sprake van een grote diversiteit in de plannen. Expertiseontwikkeling, kennisdeling en regionale samenwerking zijn daarbij belangrijk. (Bron: SLO) Wilt u meer weten over de subsidieregeling lees dan hier verder.

Samenvatting inspiratiebijeenkomsten subsidieregeling (hoog)begaafdheid

Tijdens de inspiratiebijeenkomsten subsidieregeling (hoog)begaafdheid was er o.a. gelegenheid tot uitwisseling en het stellen van vragen. In combinatie met gesprekken met betrokkenen van diverse samenwerkingsverbanden zijn hieruit een aantal thema’s en trends naar voren gekomen. Onderstaande samenvatting hiervan geeft inzicht in de ontwikkelingen waar samenwerkingsverbanden, die met het thema (hoog)begaafdheid bezig zijn:

Regionale expertisebundeling (expertisecentra en – netwerken) en kennisdeling
Er is behoefte om beter gebruik te maken van beschikbare expertise in de regio. Dit betreft zowel gebruik maken van voorhoedescholen als van professional en organisaties met veel expertise en ervaring op het gebied van het begeleiden van begaafde kinderen. Daarnaast is een ontwikkeling, in diverse regio’s,  het creëren van lokale en regionale expertisecentra of -netwerken, die bijvoorbeeld een herkenbaar aanspreekpunt zijn (voor ouders en leraren) in een specifiek werkgebied of regio.

Ook is er behoefte om lerende netwerken te faciliteren in het kader van professionalisering en hierbij gebruik te maken van de lokaal en regionale reeds beschikbare expertise. Betere overdracht en samenhang is daarnaast nodig tussen verschillende arrangementen, voorzieningen en het reguliere aanbod op scholen. Er kan meer actief gewerkt worden aan de transfer om het zelfregulerend vermogen van leerlingen te versterken.

De basisondersteuning is op te veel scholen nog niet op orde en laagdrempelig beschikbare expertise binnen alle scholen (bij voorkeur bij meer dan één persoon) wordt regelmatig als belangrijk speerpunt genoemd. Er zijn (soms grote) verschillen in waar scholen en hun besturen staan in de ontwikkeling, waarbij concurrentie en andere belangen samenwerking en kennisdeling in de weg kunnen staan.

Voorhoedescholen zouden gefaciliteerd kunnen worden om hun expertise meer te delen, waar op andere scholen nog investering nodig is om ook daar het basisondersteuningsniveau rondom begaafdheid op een hoger niveau te krijgen. De subsidieregeling kan een impuls zijn om in het belang van leerlingen de samenwerking en samenhang meer te bevorderen. Voorbeelden die hierbij genoemd zijn, zijn regelmatige kennisdelingsbijeenkomsten voor en door betrokkenen van schoolorganisaties uit de eigen regio en lerende netwerken op thema’s.

Doorgaande ontwikkeling en regionale samenwerking PO & VO
Een betere overgang van po naar vo is belangrijk om een goede aansluiting en doorgaande ontwikkeling voor leerlingen mogelijk te maken. Het ontbreekt vaak nog aan overzicht van de mogelijkheden die scholen in een regio bieden. Meer samenwerking is nodig (tussen po & vo en tussen vo scholen onderling) om met en van elkaar te leren, maar ook om de diversiteit tussen scholen beter te benutten en elkaar aan te vullen. Betere communicatie en zichtbaarheid van de mogelijkheden die er zijn in relatie tot behoeften van leerlingen kan bijdragen aan meer overzicht en inzicht bij te maken schoolkeuzes (voor leerlingen en ouders).

Dubbel Bijzonder en complexe problematiek
Complexe vraagstukken vragen om intensievere samenwerking tussen onderwijs, zorg en gemeenten, met name bij begaafde leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften (bijv. dubbel bijzondere leerlingen). Huidige oplossingen sluiten vaak nog onvoldoende aan op wat een kind nodig heeft. Er is behoefte om in samenwerking met partners en experts in de regio flexibele en creatieve maatwerkoplossingen te kunnen bieden.

Voorbeelden die in ontwikkeling zijn, betreffen onderzoeks -en observatiesituaties waar dynamisch vastgesteld kan worden wat wel en niet werkt in een rijke ontwikkelomgeving met ‘peers’. Hier is zowel aandacht voor talentontwikkeling en persoonlijke groei als voor het bieden van intensieve ondersteuning waar dit (nog) nodig is. De focus op statische tests in 1-op-1 situaties, zonder rijke context verschuift in dergelijke situaties naar dynamische ‘assessment’ of procesdiagnostiek. Daarbij wordt voldoende tijd genomen om te ontdekken wat voor een kind en zijn omgeving (ouders en leraren) nodig is om tegemoet te komen aan de ontwikkelingsbehoeften van het kind.

Dergelijke initiatieven ontstaan steeds vaker, zowel in po als in vo. Deze zijn van tijdelijke aard om terugkeer naar een reguliere setting mogelijk te maken. Middelen en expertise worden hierbij gebundeld. Bovendien is dit voor de betrokkenen ook een vorm van leren-in-context wat bijdraagt aan professionalisering en het vergroten van het handelingsrepertoire bij direct betrokkenen rondom het kind. Het is wel belangrijk om structureel tijd te faciliteren om deze afstemming met het kind en betrokkenen in zijn context mogelijk te maken.

Ruimte voor creativiteit en oog voor thuiszitters waarbij begaafdheid een rol speelt
Creërend (denk)vermogen is een kenmerk van begaafdheid, waar beter op ingespeeld kan worden en wat ook om creatieve oplossingen vraagt voor ruimte van alternatieve leerroutes. Dit aspect en andere factoren waardoor leerlingen risico’s lopen om vast te lopen in hun ontwikkeling (met mogelijke schooluitval of thuiszitten tot gevolg) heeft binnen steeds meer samenwerkingsverbanden de aandacht. De eerder genoemde onderzoeks -en observatiesituatie kunnen ook een rol spelen bij leerlingen die dreigen uit te vallen of anders langdurig thuis zouden zitten zonder ontwikkelperspectief en inzicht in wat wél werkt.

Rust en ruimte is nodig om met het kind (tijdelijk en/of in deeltijd) in een andere context dan waarin het is vastgelopen, een nieuw perspectief te kunnen ontwikkelen. Dit kost vaak meer tijd dan de vaak opgelegde maximum termijn van 3 maanden (vaker minimaal 6 maanden, of zelfs 1-2 jaar). Middelen vanuit onderwijs en zorg aan de voorkant beschikbaar stellen en/ of anders aanwenden (bijv. gemeentebudgetten voor voortijdig schoolverlaten) zouden ingezet kunnen worden om in dergelijke situaties te investeren. De expertise en ervaring die dit oplevert, kan weer benut worden om ook preventief hieruit belangrijke inzichten te ontwikkelen en te delen.

Kijkt u voor meer inspiratie ook eens naar de volgende documenten:


Nieuws 17 juli 2019

Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2020–2021

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 juli 2019, nr. 9030795, houdende de vaststelling van de […]

Meer lezen »

Nieuws 9 juli 2019

Kamer wil mogelijk landelijke norm voor basisondersteuning

De Tweede Kamer verzoekt minister Slob om bij de evaluatie van het Passend Onderwijs een landelijke norm voor basisondersteuning per […]

Meer lezen »

Praktijkvoorbeelden

Het is niet nodig om zelf opnieuw het wiel uit te vinden. Laat u inspireren door onze praktijkvoorbeelden.

Bekijk praktijkvoorbeelden

Scan Passend Onderwijs

Vul de Scan Passend Onderwijs in en krijg een helder beeld van de stand van zaken op uw school.

Doe de Scan Passend Onderwijs

Wat is passend onderwijs?

Leerlinge Syl van der Priem stelt deze vraag op haar eigen school en doet verslag in het filmpje. Het filmpje is gemaakt ter introductie van een congres.

Bekijk video