Banner

Experimenteerregeling Onderwijszorgarrangementen

Het kabinet wil vanaf 1 januari 2023 80 onderwijs-zorgarrangementen de mogelijkheid bieden deel te nemen aan een experiment, waarbij ze kunnen afwijken van bepaalde wet- en regelgeving. Doel is te onderzoeken of deze ruimte leidt tot meer maatwerk op het vlak van onderwijs en zorg voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte. Je vindt hier actuele informatie over deze experimenteerregeling.

Terugblik spreekuur experimenteerregeling Onderwijszorgarrangementen | 15-09-2022 en 13-10-2022

Bekijk terugblik

Veelgestelde vragen

  • Binnen het experiment is het mogelijk om af te wijken van de wettelijke voorschriften omtrent:

    • Onderwijstijd: er geldt geen minimum of maximum aantal uren en er hoeft niet gewerkt te worden met de beleidsregel afwijking onderwijstijd;
    • Inhoud van het onderwijs: er mag afgeweken worden van de kerndoelen binnen het onderwijs;
    • Locatie van het onderwijs: er mag ook onderwijs geboden worden op een zorglocatie;
    • Bekostiging: samenwerkingsverbanden kunnen maximaal 2,5% van hun ondersteuningsbudget flexibel inzetten voor activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg.
  • De kinderen en jongeren die binnen een onderwijs-zorgarrangement onderwijs willen gaan volgen op basis van de afwijkingsmogelijkheden uit de experimenteerregeling moeten worden ingeschreven op een school. Het is geen verplichting om álle jongeren binnen een initiatief in te schrijven op een school; zonder inschrijving kunnen zij echter geen gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheden uit het experiment.

    Indien een leerling een vrijstelling onder 5a had, dan blijft deze vrijstelling behouden gedurende de looptijd van het experiment.

  • Eén van de doelstellingen van het experiment is dat samenwerkingsverbanden meer ruimte krijgen om hun budget in te zetten voor activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg. Dit betreft 2,5% van het totale bruto-budget van het samenwerkingsverband (dit is het budget vóór aftrek van de TLV). Wanneer de leerling wordt ingeschreven in het speciaal onderwijs, wordt voor de leerling een TLV afgegeven. Deze middelen, die het speciaal onderwijs ontvangt vanuit de TLV zelf, kunnen niet ‘flexibeler’ worden ingezet.

    Er zijn diverse scenario’s om in het experiment tot bekostiging van het onderwijs te komen, bijvoorbeeld:

    1. Gebruik maken van de basisbekostiging (bij de school) voor de leerlingen in het arrangement en dit budget benutten om het onderwijs binnen de OZA te financieren. Met het SWV kunnen vervolgens afspraken worden gemaakt over aanvullende inzet vanuit de 2,5% flexibele ruimte, waar dit nodig is om activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg te bekostigen. Eventueel kan besloten worden om het TLV-deel vanuit de school weer terug te storten naar het samenwerkingsverband.
    2. Gebruik maken van de basisbekostiging en een deel van de TLV-middelen (beide vanuit de school). Uit deze middelen kan bijv. een docent voor enkele dagen per week op het initiatief worden ingezet. Resterende TLV-middelen worden teruggestort aan het SWV. Ook dan kunnen met het SWV afspraken worden gemaakt over aanvullende inzet vanuit de 2,5%, waar dit nodig is om activiteiten op het snijvlak van onderwijs en zorg te bekostigen.
    3. Gebruik maken van de basisbekostiging en de volledige TLV-bekostiging, eventueel aangevuld met middelen uit de 2,5% op het gebied van onderwijs en zorg.
  • Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een tlv voor deze leerling noodzakelijk. Zonder tlv kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs. Wel kan er tussen school en samenwerkingsverband worden afgesproken dat de middelen behorende bij de tlv worden teruggestort aan het samenwerkingsverband. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om leerlingen in te schrijven in het regulier onderwijs en met het samenwerkingsverband apart afspraken te maken over aanvullende ondersteuning.

  • Nee, dat hoeft niet. Er hoeft niet per leerling afwijking van onderwijstijd aangevraagd te worden. Wel wordt in het opp van de leerling vastgelegd hoeveel uur onderwijs verwacht wordt dat de leerling kan volgen.

  • Er kunnen maximaal 80 onderwijs-zorgarrangementen (OZA) deelnemen aan het experiment. Selectie vindt plaats op basis van:

    • Verwachte bijdrage aan de doelen van het experiment:
    1. Toename van het aantal jongeren met een complexe ondersteuningsbehoefte dat onderwijs volgt;
    2. Afname van het aantal leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte dat uitvalt van school;
    3. Verbetering van de mate waarin onderwijs en zorg aansluiten bij de behoeften van leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.
    • Evenwichtige verdeling tussen de soorten OZA, de onderwijssectoren en de doelgroepen
    • Regionale spreiding van deelnemende OZA
    • Spreiding over de samenwerkingsverbanden

    Wanneer er op basis van de bovenstaande criteria nog te veel kandidaten overblijven, zal worden overgegaan op loting . Dus stel dat er uit één regio of samenwerkingsverband verhoudingsgewijs heel veel aanvragen zijn, dan kan dat leiden tot loting van deelnemers uit die regio of samenwerkingsverband om uiteindelijk te komen tot een evenwichtige spreiding.

  • Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen individuele arrangementen en het initiatief die gebruik wil maken van de afwijkingsmogelijkheden. Het is wel de bedoeling dat het initiatief uiterlijk per januari 2023 gestart is, maar leerlingen (met een individueel arrangement) kunnen gedurende de looptijd in- en uitstromen en dus op elk moment starten.

  • De aanvraag voor deelname aan de Experimenteerregeling Onderwijs-zorgarrangementen kan tussen 15 november en 15 december 2022 worden ingediend. Hiervoor zal op de website van DUO een aanmeldpagina komen.

  • Voor het projectplan is er een vast format dat gebruikt moet worden voor de aanvraag. Dit kun je hier downloaden.

  • De samenwerkingsovereenkomst kent geen vast format. Van de samenwerkende partijen wordt verwacht dat zij een samenwerkingsovereenkomst opstellen waarin de gemaakte afspraken over de nadere invulling van de samenwerking genoteerd worden. De samenwerkingsovereenkomst moet in ieder geval bestaan uit de onderstaande punten:

    • Contactgegevens samenwerkende partijen
    • Een omschrijving van hoe de financiering van het onderwijszorgarrangement vormgegeven zal worden. Hierbij zouden de volgende onderdelen aan bod moeten komen:
      • Bekostiging van het onderwijs
      • De financiering van de zorg
      • De financiering van kosten die verband houden met zowel onderwijs als zorg
    • Een omschrijving van de taken en verantwoordelijkheden van de betrokkenen in het onderwijszorgarrangement, waarbij ingegaan wordt op wie in welke gevallen de regie voert over de begeleiding van de jongeren in het onderwijszorgarrangement.
    • Overige gemaakte afspraken tussen de betrokkenen
    • Handtekening van alle betrokkenen

    Het ministerie van OCW heeft wel een voorbeeld beschikbaar gesteld. Dit voorbeeld vind je in de handreiking samenwerkingsovereenkomst experimenteerregeling onderwijszorgarrangementen. Dit is geen voorschrijvend format. Hier mag van afgeweken worden.

  • De leerlingen in het oza die gebruik maken van de handelingsruimte die de experimenteerregeling biedt, moeten ingeschreven zijn op een school. Om deze reden moet minimaal één school onderdeel uitmaken van het plan van aanpak. Deze school of scholen worden opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst.

  • In het format voor het projectplan moet je beschrijven van welke wettelijke voorschriften, bedoeld in de artikelen 3 en 4, in het onderwijszorgarrangement wordt afgeweken. Hiermee wordt bedoeld artikel 3 en 4 van de AMvB voor deze experimenteerregeling. Deze AMvB kun je hier downloaden. Hieronder lees je de afwijkingsmogelijkheden die in deze betreffende artikelen beschreven staan.

    Artikel 3. Afwijkingen van de wet door bevoegd gezag

    1. Het bevoegd gezag kan voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte met toestemming van Onze Minister, bedoeld in artikel 8, afwijken van:
      a. de voorschriften omtrent de onderwijstijd en onderwijsdagen, bedoeld in de artikelen 12 en 25 van de Wet op de expertisecentra, artikel 8, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs of de artikelen 2.38 en 2.39 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
      b. de voorschriften omtrent de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 13 van de Wet op de expertisecentra, artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 2.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of
      c. de voorschriften omtrent de locatie van het onderwijs, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra.
    2. Voor zover het betreft jongeren van wie de ouders op grond van artikel 5, onder a, van de Leerplichtwet 1969 zijn vrijgesteld van de inschrijfplicht, zijn de voorschriften omtrent de zorgplicht van scholen, bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 40, vierde en elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 8.9, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 niet van toepassing.

    Artikel 4. Afwijkingen van de wet door samenwerkingsverband

    1. Een samenwerkingsverband kan in overeenstemming met een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 3 voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte afwijken van de bekostigingsvoorschriften, bedoeld in:
      a. de artikelen 122, vijfde lid, en 124, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 115 van die wet; of
      b. artikel 5.40 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
    2. Een samenwerkingsverband kan ten hoogste twee en een half procent van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 122 en 124 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 5.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, aanwenden voor de financiering van kosten in een onderwijszorgarrangement die direct of indirect nodig zijn voor de uitvoering van het onderwijs of de bevordering van deelname aan het onderwijs voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.
  • Nee, dit is niet het geval.

    De beschikking voor deelname aan het experiment wordt afgegeven op basis van de samenwerkingsovereenkomst die aan de aanvraag is toegevoegd. Alleen de partijen die hier genoemd worden, mogen gedurende de looptijd van het experiment gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheden die in de regeling worden genoemd.

    Wel mag individueel geleverde zorg, noodzakelijk om maatwerk te geven aan die leerling, geboden worden binnen het onderwijszorgarrangement.

  • In het projectplan geef je aan op welke doelgroep het onderwijszorgarrangement betrekking heeft. Hieruit moet duidelijk worden voor welke groep leerlingen dit arrangement geschikt is.

    Bij het selecteren van de initiatieven die in aanmerking komen voor deelname aan de experimenteerregeling wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling tussen de soorten onderwijszorgarrangementen. De doelgroep van het onderwijszorgarrangement is daarom een van de selectiecriteria.

    De voor het experiment geselecteerde initiatieven mogen tijdens de looptijd van het experiment echter ook een leerling toelaten die niet past binnen deze doelgroepomschrijving, maar voor wie het initiatief wel passend is.

  • Er is in het besluit geen minimumaantal leerlingen/jongeren gesteld voor een oza.

  • Samenwerkingsverbanden die subsidiemiddelen ontvangen voor de regeling Wél in Ontwikkeling kunnen zich ook aanmelden voor het experiment Onderwijszorgarrangementen. De regeling Wél in Ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), en maakt subsidiemiddelen beschikbaar die door het samenwerkingsverband direct of indirect kunnen worden ingezet voor niet-ingeschreven jongeren.

     

    Het doel van het experiment Onderwijszorgarrangementen is te onderzoeken of afwijking van wetgeving op het gebied van onderwijstijd, inhoud van het onderwijs, locatie van het onderwijs en bekostiging in het onderwijs leidt tot een ruimer aanbod van maatwerk op het gebied van onderwijs en zorg voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.

    In de praktijk is het denkbaar dat de middelen van Wél in Ontwikkeling worden ingezet voor activiteiten die voorafgaan aan de meer structurele onderwijszorgactiviteiten van het experiment Onderwijszorgarrangementen. De vormgeving is hierbij aan de betreffende scholen, besturen en samenwerkingsverbanden zelf.

  • In het experimenteerbesluit Onderwijszorgarrangementen wordt niet afgeweken van de wettelijke regels rond examens. Het bestaande systeem ten aanzien van examens blijft gelden. Dat betekent dat het afhankelijk is van de school waar de leerlingen uit het onderwijszorgarrangement staan ingeschreven of staatsexamens mogen worden ingezet. Als het gaat om een vso-school bestaat deze mogelijkheid, tenzij de vso-school een examenlicentie heeft of samenwerkt met een vo-school of vavo t.b.v. het eindexamen. Wanneer een reguliere vo-school betrokken is, dan kunnen er geen staatsexamens worden ingezet.