Handige informatie
Hieronder vind je een aantal handige documenten over dit onderwerp:
Veelgestelde vragen
-
Mag een vmbo-school een leerling met schooladvies vmbo weigeren, omdat de leerling een indicatie voor pro heeft gekregen?
Nee, dit mag niet. Als een leerling een vmbo-advies heeft gekregen van de basisschool, maar van het samenwerkingsverband een pro-indicatie krijgt, kan de leerling door de ouders op het vmbo worden aangemeld. In dat geval is het schooladvies leidend en laat de vmbo-school de leerling toe. De ouders kunnen er ook voor kiezen om de leerling op het pro aan te melden, waar de leerling eveneens toelaatbaar is. Als een leerling een pro-indicatie heeft, heeft de leerling een ondersteuningsbehoefte. Als de leerling wordt aangemeld bij een vmbo-school, heeft de school zorgplicht.
De school kijkt dan of ze de juiste ondersteuning kan bieden, al dan niet met lwoo of een andere vorm van ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband. Als de leerling lwoo krijgt aangeboden, kan de school de leerling met een pro-indicatie inschrijven als lwoo-leerling. Daar hoeft geen aparte lwoo-indicatie voor te worden aangevraagd. Kan de school de leerling niet de juiste ondersteuning bieden, bijvoorbeeld omdat de school geen lwoo-licentie heeft, of de ondersteuningsbehoefte groter is dan de school kan bieden? Dan zorgt de school er in het kader van de zorgplicht voor dat de leerling op een andere passende plek binnen het samenwerkingsverband kan worden toegelaten.
-
Mag een leerling jonger dan 12 jaar instromen in praktijkonderwijs?
In uitzonderingsgevallen mag een leerling vanuit groep 7 doorstromen naar praktijkonderwijs wanneer de leerling 8 jaar basisonderwijs heeft gevolgd, wanneer de directeur van de po-school hiervoor een positief advies geeft. Meer informatie is te vinden in artikel 39 lid 4 van de WPO: “Leerlingen bij wie naar het oordeel van de directeur van de school de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd, verlaten aan het einde van het schooljaar de school, mits hierover met de ouders overeenstemming bestaat. In elk geval verlaten de leerlingen de school aan het einde van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.” Een maatwerktraject (onderwijs op andere locatie) waarbij de leerling nog blijft ingeschreven op de po-school is ook een mogelijkheid.
-
Mag een leerling met een TLV pro toegelaten worden op het vmbo (lwoo of met extra ondersteuning)?
Ja, dat mag. Zowel bij het begin van de schoolloopbaan vo als tussentijds.
-
Wat is de invloed van het schooladvies op de toelating tot lwoo?
De indicatiestelling voor lwoo staat los van het schooladvies. Sommige basisscholen geven het schooladvies ‘vmbo met lwoo’. Het tweede gedeelte van dit advies – ‘met lwoo’ – is geen onderdeel van het schooladvies. Het is een constatering over de ondersteuning die deze leerling naar verwachting nodig heeft na plaatsing op de betreffende schoolsoort. Het is dus niet zo dat het basisonderwijs bepaalt of een leerling in aanmerking komt voor lwoo. Het vmbo-advies is wel leidend. Het uiteindelijke besluit over toewijzing van lwoo-bekostiging ligt bij het samenwerkingsverband.
-
Wat is de invloed van het schooladvies op de toelating tot pro?
Het schooladvies van de basisschool is leidend voor toelating tot het vmbo, havo en vwo. Het pro is uitgezonderd van het leidende karakter van het schooladvies, omdat er een indicatiestelling nodig is om toegelaten te worden tot het pro. Het is dus niet zo dat het basisonderwijs via het schooladvies bepaalt of een leerling in aanmerking komt voor pro. Voor de toelating tot het pro geldt dezelfde werkwijze als voorheen. Het uiteindelijke besluit voor de toelating tot praktijkonderwijs ligt bij het samenwerkingsverband.
-
Is opting out ook mogelijk in het pro?
Nee, dat is niet mogelijk. Tijdens de wetsbehandeling in 2014 heeft de Tweede Kamer besloten om de mogelijkheid om eigen criteria op te stellen voor het praktijkonderwijs (via opting out) uit de wet te halen. Daarnaast heeft minister Slob in 2018 besloten om de landelijke criteria voor pro te behouden. Voor lwoo is een opting out wel mogelijk. Het samenwerkingsverband kan eigen criteria opstellen over de toewijzing en duur van lwoo en over de voorwaarden waarop scholen in aanmerking komen voor lwoo-bekostiging. Dit kan alleen als besturen in het samenwerkingsverband het daarmee eens zijn.
-
Welke deskundigen moeten adviseren over de toewijzing van lwoo en pro?
Voor het samenwerkingsverband een beslissing neemt over het toewijzen van de ondersteuning voor lwoo en pro, moeten twee deskundigen advies geven. Net als bij het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring voor het (v)so. De eerste deskundige is een orthopedagoog of psycholoog. Afhankelijk van de leerling geeft ten minste een tweede deskundige advies. Dit is een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker, een arts, of een deskundige op het terrein van vmbo en pro. Deze laatste deskundige is specifiek toegevoegd voor de toewijzing van lwoo en pro. De vmbo-/pro-deskundige is een deskundige met relevante werkervaring en kennis over de schoolsoorten vmbo en praktijkonderwijs. Bijvoorbeeld een onderwijskundige met een aantal jaar werkervaring in het vmbo en pro.
Het is niet verplicht om een vmbo-/pro-deskundige te betrekken, maar het wordt met name aanbevolen als het gaat om leerlingen die zich op het grensvlak van lwoo en pro bevinden. Reden hiervoor is dat het samenwerkingsverband goed moet kunnen inschatten of een leerling wel of niet in staat is om – met extra ondersteuning – een vmbo-diploma te halen. Het gaat hier dus niet alleen om een keuze over de ondersteuning die een leerling krijgt, maar ook over de schoolsoort waar de leerling naartoe gaat.
-
Wat staat er in de wet over de eisen die gesteld worden aan de deskundigen van het samenwerkingsverband?
Uit AMvB PO
WPO:
Artikel 34.8. Deskundigen samenwerkingsverband
De deskundigen, bedoeld in artikel 18a, elfde lid, van de wet zijn een orthopedagoog of een psycholoog en afhankelijk van de leerling over wiens toelaatbaarheid wordt geadviseerd ten minste een tweede deskundige, te weten een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker of een arts.
Uit hoofdstuk 1: nadere voorschriften per onderdeel
1.2 Deskundigen verbonden aan het samenwerkingsverband
In dit besluit is, op grond van artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs, geregeld door welk type deskundigen het samenwerkingsverband zich moet laten adviseren over de toelaatbaarheid van leerlingen tot het onderwijs aan een speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband of tot het (voortgezet) speciaal onderwijs.
In dit besluit is bepaald dat voor de toelating tot het speciaal basisonderwijs en voor toelating tot het (voortgezet) speciaal onderwijs het samenwerkingsverband zich moet laten adviseren door ten minste twee deskundigen waaronder in elk geval een orthopedagoog of een psycholoog. De tweede deskundige is afhankelijk van de ondersteunings-vraag van de leerling (zoals blijkt uit de gegevens van de ouders of de school). Dit is een psycholoog, een pedagoog, een maatschappelijk werker, een arts of een kinderpsychiater.
Het samenwerkingsverband kan er voor kiezen om extra deskundigen te betrekken bij het advies over de toelaatbaarheid van een leerling. Door het opleggen van deze verplichting is geborgd dat het samenwerkingsverband relevante deskundigheid betrekt bij de beslissing over het wel of niet verwijzen van leerlingen naar speciale voorzieningen in het samenwerkingsverband.
Er is gekozen voor een orthopedagoog omdat deze beschikt over een brede deskundigheid ten aanzien van kinderen met een mentale en/of fysieke beperking en kinderen die zich in een problematische leer- of opvoedingssituatie bevinden. Een orthopedagoog heeft een bachelor in pedagogiek afgerond en een master in orthopedagogiek, en bij voorkeur relevante werkervaring. Daarnaast is gekozen voor een psycholoog.
Aanbevolen wordt dat het samenwerkingsverband kiest voor een psycholoog die beschikt over relevante werkervaring en kennis van kind- en systeemniveau, zodat deze deskundig is voor wat betreft de ontwikkeling van kinderen en jeugdigen en het systeem waarin zij opgroeien.
De inzet van de deskundigen ten behoeve van de toelaatbaarheidsbeoordeling, zoals hiervoor beschreven, sluit aan bij de regeling in de wet passend onderwijs dat het samenwerkingsverband kan adviseren over de ondersteuningsbehoefte en over het ontwikkelingsperspectief van een leerling op verzoek van het bevoegd gezag van een school die is aange-sloten bij het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband kan hiervoor de genoemde deskundigen inzetten.
-
Welke elementen moeten op een TLV pro of aanwijzing lwoo staan?
Aan een toelaatbaarheidsverklaring pro of aanwijzing lwoo dient een volgnummer te worden toegekend. Daarbij dient er een afschrift van het advies over de ondersteuning aan de ouders te worden verstrekt.
Bekijk een voorbeeld van een toelaatbaarheidsverklaring pro of aanwijzing lwoo. -
Wat kunnen ouders en school doen als zij het niet eens zijn met de beslissing van het samenwerkingsverband over de toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?
Tegen zo’n besluit kunnen ouders, maar ook het schoolbestuur, binnen zes weken na afgifte van de TLV bezwaar indienen bij het samenwerkingsverband. Elk samenwerkingsverband heeft voor de bezwaarschriftprocedure een (bezwaar)adviescommissie. De meeste samenwerkingsverbanden hebben zich hiervoor aangesloten bij de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT). De LBT is ondergebracht bij Onderwijsgeschillen. Op de website van Onderwijsgeschillen staat te lezen hoe zo’n bezwaarprocedure in zijn werk gaat. Daar is ook een formulier te vinden waarmee bezwaar ingediend kan worden bij het samenwerkingsverband.
Meer informatie: Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT).
-
Moet een tlv-aanvraag worden ondertekend door ouders/voogd?
Uitgangspunt is dat de school met de ouders overleg voert over de TLV-aanvraag en uitlegt aan ouders waarom een TLV wordt aangevraagd. In de TLV-aanvraag moet de school aangeven dat er overleg met de ouders hierover is gevoerd en wat het standpunt van de ouders is. Het aanvragen van een TLV is een verantwoordelijkheid van de school en niet afhankelijk van de instemming van de ouders. Indien ouders het niet eens zijn met de TLV-aanvraag moet de zienswijze van de ouders opgenomen worden in de TLV-aanvraag.
Tegen een besluit van een samenwerkingsverband over een toelaatbaarheidsverklaring kunnen betrokken ouders, maar ook het schoolbestuur, bezwaar indienen. Elk samenwerkingsverband is wettelijk verplicht voor deze bezwaarschriftprocedure een (bezwaar)adviescommissie te hebben. Die adviescommissie brengt een advies uit aan het samenwerkingsverband dat vervolgens een beslissing moet nemen op het bezwaar.
De meeste samenwerkingsverbanden zijn aangesloten bij de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT).
-
Moet er voor de leerlingen een TLV aangevraagd worden?
Wanneer leerlingen ingeschreven worden op het praktijkonderwijs, sbo, so of vso, is een TLV voor deze leerling noodzakelijk. Zonder TLV kan een leerling niet ingeschreven worden op een school voor praktijkonderwijs of gespecialiseerd onderwijs. Wel kan er tussen school en samenwerkingsverband worden afgesproken dat de middelen behorende bij de TLV worden teruggestort aan het samenwerkingsverband. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om leerlingen in te schrijven in het regulier onderwijs en met het samenwerkingsverband apart afspraken te maken over aanvullende ondersteuning.
-
Kan ik een leerling onbekostigd inschrijven in het speciaal onderwijs?
Nee dit is niet mogelijk. Leerlingen kunnen niet als onbekostigd worden ingeschreven. Voorheen moesten leerlingen die vanaf het begin van het schooljaar tot 1 oktober meer dan de helft van het aantal schooldagen zonder geldige reden niet aanwezig waren, worden geregistreerd als ongeoorloofd verzuim. Hierdoor werden zij in de oude systematiek aangemerkt als niet-meetellend voor de bekostiging. Met het ingaan van de Wet Vereenvoudiging bekostiging voor het primair onderwijs d.d. 1 april 2022 is deze bepaling komen te vervallen (zie Staatsblad 2022, 4 onder 3.1.2. verzuim).
Voor inschrijving van een leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs is in alle gevallen een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) nodig. Op basis van deze inschrijving ontvangt de school bekostiging vanuit DUO.
In voorkomende gevallen waarin de verwachting is dat een leerling niet of nauwelijks naar school zal kunnen gaan gedurende een langere periode, is het mogelijk dat samenwerkingsverbanden en (v)so-scholen samen voor die leerling afspraken over de bekostiging van de leerling. In die situaties waarin de basisbekostiging (lumpsum) afdoende is om het onderwijs- en ondersteuningstraject van de leerling vorm te geven, kan afgesproken worden dat de (v)so-school de ondersteuningsmiddelen die ontvangen zijn op basis van de tlv geheel of gedeeltelijk teruggestort worden aan het samenwerkingsverband dat de tlv heeft afgegeven.
Klik hier voor meer informatie over maatwerk in het onderwijs.
-
Hoe werkt het ongeldig verklaren, intrekken of herroepen van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?
Het ongeldig verklaren, intrekken of herroepen van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?
Over ongeldig verklaren, intrekken of herroepen van een TLV staat niets in de WPO. De einddatum van een TLV kan wel door het samenwerkingsverband aangepast worden, maar de bekostiging aan de GO-school blijft doorlopen zolang de leerling ingeschreven staat[1], ook als de einddatum van een TLV is verstreken.
Het aanpassen van de einddatum is dus een administratieve handeling in de eigen systemen die niet per se een bekostigingsconsequentie heeft.
Wat te doen als je een TLV hebt afgegeven die nog niet is ingezet/verzilverd[2] en deze wilt “intrekken”?
Je annuleert de TLV in je eigen administratie. Eventueel kun je in het dashboard 1B (Mijn DUO) monitoren of de geannuleerde TLV niet toch wordt ingezet. In dat laatste geval, kun je contact opnemen met de betreffende school om te informeren naar de specifieke casus.
Wat te doen als je een al ingezette TLV wilt intrekken, bijvoorbeeld omdat bij nader inzien een ander samenwerkingsverband voor de leerling in kwestie een TLV moet afgeven of heeft afgegeven?
Ook nu annuleer je de TLV in je eigen administratie. Je vraagt de GO-school waar de leerling staat ingeschreven om de TLV bij de leerling in het LAS te verwijderen en te vervangen door de TLV van het andere samenwerkingsverband (en vervolgens uit te wisselen met ROD).
Wat te doen als je een al ingezette TLV wilt intrekken omdat de leerling wel staat ingeschreven op een GO-school maar geen onderwijs volgt?
Je kunt de TLV in je eigen administratie een einddatum geven of op een andere manier administreren dat het om een leerling gaat die wel is ingeschreven maar geen onderwijs volgt. Hoe dan ook, de GO-school ontvangt bekostiging voor deze leerling. Tot 2023 kon de school de leerling in het LAS op “onbekostigd” zetten. Deze optie is er niet meer. Daarom adviseren we in deze gevallen een afspraak met de school te maken over terugbetaling van de ondersteuningsbekostiging. Zie ook deze vraag: kan ik een leerling onbekostigd inschrijven in het speciaal onderwijs?
[1] Volgens de t-1 systematiek: ingeschreven op 1 februari betekent bekostiging in het kalenderjaar erna.
[2] Concreet betekent dit dat de leerling (nog) niet is ingeschreven op een GO-school en de TLV (nog) niet is uitgewisseld met ROD