po vo
16 mei 2018

Onderzoeksresultaten passend onderwijs op school en in de klas

Met de invoering van passend onderwijs wordt beoogd betere voorwaarden te creëren voor het tegemoetkomen aan extra ondersteuningsbehoeften van leerlingen. In het kader van de evaluatie naar de voortgang van de invoering van passend onderwijs heeft het NRO twee onderzoeken laten uitvoeren. Het eerste onderzoek focust zich op de docenten en het tweede op het perspectief van de leerling.

Perspectief van de leraar en docent: passend onderwijs op school

In het onderzoek zijn de relevante voorwaarden en activiteiten op school en in de klas onderzocht en is onderzoek gedaan naar verschillen tussen leerlingen met en leerlingen zonder extra ondersteuningsbehoeften. De belangrijkste onderzoeksvraag was: In welke mate zijn in scholen en bij leraren factoren zichtbaar die als gunstig worden beschouwd voor onderwijs aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften? Hieronder staan de factoren en belangrijkste bevindingen opgesomd:

  1. Goede bovenschoolse ondersteuning. In het po wordt de aanwezigheid neutraal beoordeeld en in het vo het minst positief beoordeeld.
  2. Ondersteuning in de school. Leraren blijken het meest steun te krijgen van hun intern begeleider of zorgcoördinator en hebben daar ook het meest aan. Er is behoefte aan meer steun, vooral voor omgaan met leer- en gedragsproblemen in de klas. Faciliteiten (zoals leermiddelen, ict-mogelijkheden) vinden vo-leraren onvoldoende, in het po wordt dat positiever beoordeeld.
  3. Leiderschap en schoolcultuur. De schoolcultuur wordt door leraren gemiddeld positief beoordeeld: men weet elkaar te vinden. Het oordeel over leiderschap is in het po positief, in het vo meer neutraal. Het stimuleren om te leren van collega’s buiten de eigen school komt nog weinig voor.
  4. Professionalisering. In het po wordt positief geoordeeld over het professionaliseringsbeleid op school (al kan het systematischer, volgens leraren), in het vo is maar een minderheid positief. Beter willen worden in differentiëren wordt relatief vaak genoemd als professionaliseringsbehoefte. In het po wordt meer aan lesbezoek gedaan (door intern begeleiders) dan in het vo.
  5. Leraarcompetenties en self-efficacy. Volgens intern begeleiders en zorgcoördinatoren zijn leraren voldoende competent op pedagogisch gebied, maar zijn ze minder sterk op het didactische domein. Uit de observaties blijkt ook dat competenties voor omgaan met de klas als geheel wat meer aanwezig zijn dan competenties in omgaan met leerlingen die extra steun nodig hebben. In het vo benoemen leraren wel tekorten bij henzelf wat betreft omgaan met leerlingen die extra steun nodig hebben, in het po nauwelijks. Daar wijst men vooral op het gebrek aan tijd. De meerderheid van de leerkrachten en docenten vindt dat zij goed in staat zijn om in hun les aan te sluiten bij leerlingen, dat ze leerlingen goed kunnen motiveren, en dat ze goed kunnen omgaan met storend gedrag van leerlingen.
  6. Attitudes van leraren jegens leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Deze zijn overwegend positief. De meeste leraren zien het als een uitdaging om deze leerlingen les te geven.
  7. Ouderbetrokkenheid. Leraren oordelen positief over de betrokkenheid van en communicatie met ouders, ook van ouders van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Ze rapporteren weinig verschillen van mening met ouders en zeggen overwegend dat goed overleg met ouders mogelijk is. In het vo  weten docenten niet goed of ouders met én ouders zonder leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften achter het beleid van de school staan wat betreft passend onderwijs, in het po geven leraren aan dat dat wel het geval is.
  8. Effectieve interventies. In het po bieden leerkrachten vooral ondersteuning aan zwakkere leerlingen door verlengde instructie in de groep en individuele uitleg of hulp te geven. De meerderheid doet dat dagelijks of bijna dagelijks. Ruim de helft geeft (bijna) dagelijks les in instructie- of niveaugroepen. In het vo komt dit allemaal veel minder voor, de meest uitgevoerde interventie is daar individuele coaching. In het po komen individuele leerhulp, remedial teaching en een eigen leerlijn ook vaker voor.

Zowel in het po als in het vo zijn er significante samenhangen tussen randvoorwaarden op schoolniveau (zoals leiderschap en professionaliseringsbeleid) en het zelfvertrouwen van leraren op het gebied van het lesgeven aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Lesgeven aan deze leerlingen zien als uitdaging hangt ook op enkele punten significant en positief samen met randvoorwaarden: in het po met faciliteiten op ict-gebied, teamcultuur en scholingsbeleid, in het vo met de ervaren steun van de zorgcoördinator.

Het welbevinden van de leerling in de klas hangt vooral samen met de mate waarin de leerkracht of mentor volgens de leerling regels hanteert en structuur biedt en de mate waarin deze goed uitleg geeft en stimuleert. In het vo is daarbij ook het schooltype/niveau van belang: in het vwo is het welbevinden gemiddeld hoger dan in het vmbo. Er is geen duidelijk aanwijsbare samenhang tussen het welbevinden van de leerling en resultaten van de door de leerkrachten en mentoren ingevulde vragenlijsten.

Meer weten? Lees het volledige onderzoeksrapport.

De stem van de leerling: over extra ondersteuningsbehoefte

Recentelijk heeft de NRO een in een aanvullend onderzoek meer aandacht besteed aan het perspectief van de leerling. Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de problemen die zij ervaren in het onderwijs en hoe hier volgens hen mee om kan worden gegaan, de ervaringen met extra ondersteuning van en het effect dat de ondersteuning volgens leerlingen heeft op de leerprestaties en de sociale participatie.

Hieronder staan de belangrijkste bevindingen:

  1. Leer- en onderwijsproblemen

Leerlingen in het po, vo en mbo hebben te maken met verschillende problemen, zowel op bepaalde leergebieden (leerproblemen) als in het onderwijs (onderwijsproblemen). Zo hebben leerlingen in het po voornamelijk moeite met rekenen en taal, en leerlingen in het vo met hun eigen leerstijl/aanpak. De ondersteuningsvorm die leerlingen het meest wordt geboden is individuele begeleiding buiten de klas, of groepsbegeleiding buiten de klas (eventueel een combinatie van beide). Volgens leerlingen wordt de ondersteuning vooral buiten de eigen klas gegeven, door een andere persoon dan de eigen leraar. De ervaringen van leerlingen met de geboden ondersteuning zijn positief: het helpt leerlingen in het veranderen van hun leerstijl/aanpak, ze krijgen een beter gevoel over zichzelf.
De ondersteuning heeft volgens leerlingen een positief effect op hun leerprestaties. Daarnaast ervaart de meerderheid van de leerlingen een positief effect op de eigen leerstijl/aanpak, en krijgen ze een positiever gevoel zoals meer zelfvertrouwen, zelfbeeld, en/of minder stress.

  1. Sociale participatie

Iets minder dan de helft van de leerlingen in dit onderzoek ervaart problemen in de sociale participatie op school, waarbij leerlingen in het po en vo voornamelijk problemen in de acceptatie en bij interactie ervaren. Of de ondersteuning ook daadwerkelijk effect heeft op de sociale participatie valt te betwijfelen. Leerlingen geven aan dat ze geen effect ervaren op de interactie en vriendschappen, of dat het soms zelfs negatief is. Wel heeft de ondersteuning volgens de leerlingen een positief effect op de concentratie en het gedrag.

Meer weten? Lees het volledige onderzoeksrapport.


Nieuws 18 september 2018

Scholenconferentie ‘Verrassend Passend’: verleg je grenzen!

Passend onderwijs bestaat nu ruim 4 jaar. Tijd om de balans op te maken! Hoe werkt u samen met uw […]

Meer lezen »

Nieuws 20 september 2018

Passend onderwijs in de begroting OCW

Afgelopen dinsdag was het weer Prinsjesdag. In de gepresenteerde begroting is passend onderwijs op een tweetal plaatsen genoemd. Het kabinet […]

Meer lezen »
Nieuws 20 september 2018

Update kijkdozen 2018-2019 groeiregeling voor SWV PO en V(S)O augustus 2018

De kijkdoos voor het SWV PO is aangepast met de nieuwe bedragen voor 2018-2019. Er is sprake van een stevige […]

Meer lezen »

Praktijkvoorbeelden

Het is niet nodig om zelf opnieuw het wiel uit te vinden. Laat u inspireren door onze praktijkvoorbeelden.

Bekijk praktijkvoorbeelden

Scan Passend Onderwijs

Vul de Scan Passend Onderwijs in en krijg een helder beeld van de stand van zaken op uw school.

Doe de Scan Passend Onderwijs

Wat is passend onderwijs?

Leerlinge Syl van der Priem stelt deze vraag op haar eigen school en doet verslag in het filmpje. Het filmpje is gemaakt ter introductie van een congres.

Bekijk video