Banner

Onderstaand artikel maakt onderdeel uit van een serie, waarbij we drie scholen dit schooljaar volgen rond de overstap po-vo. Hoe werken scholen in deze coronaperiode aan een soepele overgang en een passende, kansrijke plek voor hun brugklassers? Wat zijn hierbij tips en aandachtspunten? Wat kunnen scholen hiervan leren, ook voor de langere termijn? We publiceren nu drie artikelen over de start van het schooljaar; aan het eind van het jaar kijken we met alle drie de scholen hoe in de loop van dit jaar verder is gewerkt aan een goede en kansrijke overgang, wat het beleid heeft opgeleverd en welke lessen we hieruit kunnen trekken.

“We kennen hier een levendige po-vo club”, aldus Lidka Marshall, afdelingsleider brugklas op het Goese Lyceum. De school investeerde in de coronatijd extra in samenwerking in de regio om toch tot een goede overstapsperiode te komen voor (aanstaande) brugklassers. En de school haalde hiervoor meer uit de kast: van startgesprekken met ouders en leerlingen, brugklasfeesten en lessen studievaardigheden, tot zelfs letterlijk oliebollen. Ook was corona een trigger om te gaan werken met een verlengde brugperiode en tussentijds opstromen. “We zijn vloeibaarder geworden in hoe we denken over niveaus, waarbij we leerlingen wel realistische kansen willen bieden.” 

Investeren in contact en samenwerking

Juist omdat heel veel dingen door corona niet konden, zoals bijvoorbeeld fysieke open dagen, nam het Goese Lyceum zich voor er alles aan te doen om (aanstaande) brugklassers en hun ouders toch sterk bij de vo-school te betrekken. Dit al vanaf de periode van oriënteren, tot aan de aanmelding en daarna. “Hierbij maken we gebruik van het feit dat we in een kleine regio zitten, met ongeveer 50 basisscholen en één andere grote vo-school”, aldus Lidka. “Het doel is om niet te strijden om leerlingen – al blijft dat uitdagend in een krimpregio als deze -, maar via samenwerking tot een betere overstap te komen. Zo kennen we een aantal werkgroepen in de regio met het po en vo, waarin we afspraken maken over onder meer voorlichtings- en aanmelddata, zodat iedereen op de hoogte is en dingen elkaar niet bijten. Dit schooljaar organiseren we ook samen met de andere vo-school een online voorlichting, waarbij we op één manier communiceren over het aanbod in de regio, hoe het werkt in het vo, aanmelding etc. Daarna willen we leerlingen overigens wel het liefst de school in hebben, hoe belangrijk dat is hebben we wel geleerd van corona.

Ook in de periode van aanmeldingen zocht de school de samenwerking met andere scholen, en het contact met ouders en leerlingen. Lidka: “We kennen één aanmeldformulier voor beiden scholen, die wordt verspreid via de basisscholen; zo weten zij ook dat elke leerling op een school is aangemeld. Verder nemen we na de aanmelding bij vragen al contact op met het po en ouders. Ook nemen we met de zorgcoordinator al de zorgdossiers door en wordt afgestemd met de ambulant begeleider. Zo zijn de leerlingen al voor de zomervakantie goed in beeld en staat de juiste begeleiding er waar nodig al vanaf de eerste dag.”

Na de start van het schooljaar volgt dan de warme overdracht. “Normaal gezien komen alle po-leerkrachten dan naar een van de twee vo-scholen en bespreken ze alle leerlingen met de mentoren: hoe gaat het, zijn er vermoedens van achterstanden, waar zijn nog vragen over etc. Vorig jaar was dit niet mogelijk, toen zijn we begonnen met startgesprekken tussen ouders en mentoren. Dit zorgde wel voor een grote werkdruk, maar we ervaren wel dat er hierdoor gedurende het schooljaar kortere lijntjes zijn met ouders. We hebben nu via de NPO-gelden geregeld dat elke mentor meer uren heeft om dit soort gesprekken te voeren met ouders van leerlingen uit alle klassen. En in de brugklas zit de leerling er nu ook bij.”

Activiteiten

In de eerste weken organiseerde de school ook enorm veel: een introductieweek, een brugklasfeest, een kamp, een extra brugklasbespreking, een extra feest met ook de brugklas van vorig jaar erbij en een nieuwschooljaarsborrel voor ouders met oliebollen.  “En we hadden ook activiteitenweken en bieden groepstrainingen aan, bijvoorbeeld rond social media”, vult Lidka aan. “Ontzettend belangrijk, om leerlingen zo binding te laten voelen met de school en hun klas. We proberen dit soort activiteiten ook de rest van het schooljaar vol te houden, dit niet te laten versloffen. De mentoren zijn hierdoor wel afgedraaid, dat is een aandachtspunt. We moeten soms wel leren doseren.”

Ook op het vlak van cognitieve ondersteuning en studievaardigheden waren er activiteiten. “We merken dat het schoolse er nog niet erg in zit bij de nieuwe brugklassers”, aldus Lidka. “Het werd bijvoorbeeld normaal gevonden om de telefoon op te nemen in de les. Daarom hebben we tot de herfstvakantie lessen over studie- en planvaardigheden, naast de mentorles. Hiervoor gebruikten we de tool Plenda (plan agenda); via de NPO-gelden hebben we een collega voor een deel vrijgemaakt om dit te implenteren. Ook zijn er powerpointlessen voor de mentoren gemaakt over hoe ze hier aandacht aan kunnen besteden. Dit is een pilot in de brugklas.”

Vloeibaarder

De school zette ook de toets ‘Cito Vas’ in: kwam hieruit naar voren dat leerlingen meer dan twee niveaus onder het niveau scoren waar ze horen te zitten, dan kregen ze extra hulplessen. Lidka: “Dit laatste deden we al. Maar corona vormde wel een trigger om na te denken over niveaus en doorstroom. We zagen het afgelopen jaar ook veel heroverwegingen, wel dubbel zoveel als daarvoor. Soms is er ook in het vo nog wel twijfel over het niveau van een leerling, we hopen er als vo-school dan achter te komen wat het beste past. In de brugklas hebben we zowel homogene als heterogene klassen, en dit jaar werken we voor het eerst met verlengde brugklassen en extra begeleiding voor leerlingen die dit nodig hebben. We hopen het niveau na twee jaar helder te hebben. Daarnaast bieden we nu ook de mogelijkheid om tussentijds op te stromen, waarbij leerlingen bijvoorbeeld van mavo 1 naar mavo/havo 1 en dan naar havo twee gaan. We hadden ook een havo-brugklasleerling die in november al naar het tweetalig vwo ging. Dat gaat harstikke goed, heel mooi is dat. Als het helder is dat een leerling ergens anders beter past, dan zeg ik: liever eerder dan later doorstromen.”

Deze doorstroom vraagt veel regelwerk, aldus Lidka, maar is ook goed te doen. “We hebben nu een lijst van wat geregeld moet worden als een leerling een overstap maakt en dat gaat goed, hij of zij zit hier binnen een week op een andere plek. De mentoren zorgen dan voor een buddy, zodat een leerling ook snel de nieuwe klas leert kennen. Het vergt van docenten wel een omslag in denken; er kunnen tussentijds leerlingen bijkomen. Maar het gaat hierbij ook niet om grote aantallen.”

“Door corona zijn we dus wel vloeibaarder geworden in hoe we nadenken over niveaus, zonder leerlingen kansen te bieden die ze heel moeilijk kunnen pakken, we proberen hier wel een balans in te vinden. Maar eerst was het veel meer: als een leerling ergens zit, dan blijft hij of zij daar zitten. We gaan nu kijken hoe we dit nieuwe beleid verder kunnen brengen, waar we tegen aan lopen op dit vlak, wat we nodig hebben en wat de voordelen zijn om dit voort te zetten.”

Wat zijn de belangrijkste tips vanuit het Goese Lyceum?

  • Werk samen met de andere scholen in de regio: dit helpt om de overstap te verbeteren voor leerlingen. Maak bijvoorbeeld afspraken in werkgroepen over de warme overdracht en voorlichtings- en aanmelddata. Ook kan je de voorlichting samen met andere vo-scholen organiseren: gezamenlijk en op één manier communiceren biedt ook duidelijkheid aan leerlingen en ouders.
  • Investeer in contact met ouders en leerlingen, het liefst in de school. Bijvoorbeeld via kennismakingsmomenten, rondleidingen, borrels etc.
  • Organiseer rond de start van het schooljaar startgesprekken tussen mentoren en ouders/leerlingen. Dit zorgt voor kortere lijntjes met ouders gedurende het hele schooljaar.
  • Organiseer activiteiten om groepsvorming en binding met de school te stimuleren, zoals feesten, een kamp en groepstrainingen. Maar doseer wel hierbij, let op de werkdruk voor de mentoren ook.
  • Heb extra aandacht voor het aanleren van schoolse vaardigheden. De tool Plenda kan hepen bij het aanleren van planvaardigheden.
  • Biedt bij twijfel over welke onderwijssoort het beste past, de mogelijkheid om het selectiemoment uit te stellen, via heterogene en verlengde brugklassen.
  • Biedt leerlingen ook de kans om tussentijds op te stromen, als al helder is dat een leerling ergens anders beter past. Hierbij kan je een lijst maken van wat allemaal geregeld moet worden bij zo’n overstap, dan kan het snel worden gerealiseerd. Verder is het een tip om leerlingen een buddy te bieden, die hem of haar helpt te wennen in de nieuwe klas.

Contactgegevens school: l.marshall@pontes.nl.

Artikel afkomstig van de website van de VO-raad.