Banner

Onderstaand artikel maakt onderdeel uit van een serie, waarbij we drie scholen dit schooljaar volgen rond de overstap po-vo. Hoe werken scholen in deze coronaperiode aan een soepele overgang en een passende, kansrijke plek voor hun brugklassers? Wat zijn hierbij tips en aandachtspunten? Wat kunnen scholen hiervan leren, ook voor de langere termijn? We publiceren nu drie artikelen over de start van het schooljaar; aan het eind van het jaar kijken we met alle drie de scholen hoe in de loop van dit jaar verder is gewerkt aan een goede en kansrijke overgang, wat het beleid heeft opgeleverd en welke lessen we hieruit kunnen trekken.

“De overgang naar het vo was door de coronacrisis dit jaar nog veel groter dan normaal, we hebben veel leerlingen die het super spannend vinden.” Aldus Antoinette de Bie, onderwijsmanager onderbouw van Curio steenspil. Samen met Michel van Loon, onderwijsmanager bovenbouw, en sectordirecteur Elles Kahlé vertelt zij over het overgangsbeleid po-vo van de school. “We hebben hier extra op ingezet; persoonlijk contact rond de aanmelding, activiteiten en begeleiding voor brugklassers (naar behoefte), ingebouwde flexibiliteit om doorstroom en maatwerk mogelijk te maken, dit soort dingen hebben bij ons wel een vlucht genomen. Met als uitgangspunt: wanneer is de leerling het gelukkigst en kan hij of zij groeien.” 
 
Een soepele overgang, waarbij een leerling zich snel thuisvoelt, is hierbij volgens Curio steenspil essentieel. De school besteedde al veel aandacht aan voorlichting voor leerlingen en hun ouders, bijvoorbeeld via een brede scholenmarkt met alle vo-scholen. Dit gebeurde de afgelopen twee jaar digitaal. “En gelukkig konden we afgelopen schooljaar ook weer persoonlijke rondleidingen organiseren”, aldus Michel. “Aanstaande brugklassers konden een middag, als een echte VIP, meelopen. We hebben zo zes weken een middag met vijf man vijftien rondleidingen tegelijk gegeven. En een aantal avonden waren er proeflessen, ook voor ouders. Veel werk, maar het is het enige echt persoonlijke contact wat ze konden hebben met de vo-school. Het is van ontzettend grote meerwaarde dat ze zo konden proeven en beleven hoe het is op zo’n school.” Met alle leerlingen die zich aanmeldden en hun ouders, had de school al vroeg contact. Michel: “We hadden een korte kennismaking bij de inschrijving, waarbij we indien nodig alvast dingen in gang konden zetten voor kinderen, bijvoorbeeld het betrekken van ambulant begeleiders.” “Als we vanuit het po, ouders of door het lezen van het dossier zelf dachten ‘hier willen we meer over weten’, dan nam de school ook al contact op met de po-docent”, aldus Antoinette.  “Verder was er sowieso een warme overdracht tussen de mentoren en po-docenten. En: we zorgden ervoor dat alle leerlingen al voor de zomervakantie hun klas en mentor hadden gezien, en de ouders ook een gesprek hadden met de mentor. Het vraagt wat van de mentoren, maar zo maak je de drempel veel lager voor leerlingen én neem je de ouders al bij de start mee.”

 

Een extra aai over de bol

Om leerlingen helpen goed te landen, biedt de school ook sportworkshops aan via de ‘Fitfabriek’. Daarnaast is er het ‘Cultuurloper’ project – met subsidie vanuit de gemeente -, waarbij een theatergroep dramalessen verzorgt. Elles: “We willen dit de komende jaren doorontwikkelen. Want samen activiteiten doen is heel belangrijk om het groepsgevoel, samenwerkingsvaardigheden en de weerbaarheid en gezondheid van leerlingen te versterken. De noodzaak is hoog merken we, veel leerlingen hebben de afgelopen tijd vooral thuis gezeten en zijn ook minder gewend om in het schoolse proces te zitten.” Daarom heeft de school ook extra aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. “We hebben de ambulante begeleiding uitgebreid met behulp van de NPO-middelen en de jeugdzorg de school ingehaald”, vertelt Antoinette. “Dat was echt nodig. Ook hier zien we meer kinderen met bijvoorbeeld somberheid, angstklachten of depressie, en er is zeker ook bij de brugklassers gewoon meer behoefte aan een gesprek of een simpele aai over de bol. We werken hierbij met het Steunpunt Brabantse Wal, een samenwerking tussen gemeente en vo-scholen. Vanuit dit steunpunt komt iedere woensdag iemand vanuit de GGZ hier langs en is ook een jeugdwerker aanwezig. Zij zijn gemakkelijk aan te spreken voor leerlingen.” Ook op het cognitieve vlak kunnen de brugklassers extra ondersteuning krijgen; zo heeft de school geïnvesteerd in onderwijsassistenten, wat docenten de ruimte biedt om leerlingen waar gewenst extra aandacht te geven. Ook kunnen leerlingen – in samenspraak met ouders en de mentor -huiswerkondersteuning en hulp bij het aanleren van studievaardigheden krijgen. En biedt de school bijles aan. Deze bijles vindt bewust binnen de lessen plaats, aldus Michel. “Dit is sowieso organisatorisch handiger, ook voor leerlingen. En een aandachtspunt is om de balans te vinden voor leerlingen wat betreft extra aanbod. Je kan wel roepen: we moeten allerlei extra’s aanbieden, maar laten we hier ook niet in doorslaan. Docenten zijn hierbij belangrijk, zij zijn prima in staat om in te schatten hoeveel nodig is en hierbij de goede accenten te leggen.”

Flexibiliteit

Het afgelopen jaar was er ook een grotere roep richting vo-scholen om leerlingen kansrijk te plaatsen, omdat zij door de schoolsluitingen mogelijk minder goed hadden kunnen laten zien wat ze in hun mars hadden. Antoinette: “We snapten niet waarom nu specifiek die oproep kwam. Kansrijk plaatsen doen we altijd al, waarbij we nadrukkelijk kijken waar de leerling het gelukkigst is, welke onderwijssoort het beste past. Als een leerling altijd op zijn of haar tenen moet lopen, dan is er geen sprake van echt kansrijk. En soms wil een leerling met havoadvies bijvoorbeeld praktisch onderwijs krijgen, dat is dan ook kansrijk.” Het is vooral belangrijk dat een leerling kan groeien, en dat opties open worden gehouden, aldus de onderwijsmanager. Op Curio steenspil zetten ze daarom in op flexibiliteit. Elles: “We bieden zowel dakpan- als homogene klassen aan, richten de klassen in op basis van de vraag van de leerlingen. Belangrijk hierbij is dat we personeel flexibel kunnen inzetten; leraren zijn bij ons gewend om in verschillende soorten klassen les te geven.” “En als we zien dat een ander niveau beter past, overleggen we over het bovenbouwadvies”, vult Antoinette aan. “En soms bieden we dan in de onderbouw al bepaalde leerstof op een ander niveau aan voor een leerling, waarbij we gebruik maken van een combinatie van boeken en digitale methodes. We hebben nu bijvoorbeeld 14 leerlingen die Engels op havo-niveau volgen, ze worden dan bij ons binnen het VAVO voor dat vak gedetacheerd. Dit alles heeft door corona echt een vlucht genomen.”

Duurzaam maken

De school hoopt dat alle ontwikkelingen rond de overstap po-vo, die door corona zijn versneld, ook kunnen worden geborgd. Michel: “We moeten met elkaar op zoek gaan waar precies de behoeftes liggen en hoe we het beleid hierop duurzaam kunnen houden. Dat is de uitdaging voor de toekomst.”

Leerlingen over de overstap

Eleonore Diepenhorst  en Jasmijn Stoffels maakten afgelopen schooljaar de overstap naar Curio steenspil. Eleonore: “Ik moest wel wennen, vond het wel spannend. Er was wel een leuke rondleiding, en ik heb ook spelletjes in de mentorles en dramales gehad. Mijn ouders en grote zus hielpen me ook. Ik heb nu al vrienden gemaakt en voel me veilig in de klas. Sommige klasgenoten vinden het nog wel lastig. Ik help een meisje met huiswerk en zij helpt mij weer met sport.” Jasmijn: “Ook ik heb een rondleiding gehad, die was leuk. Alles was wel heel nieuw en spannend, daarna werd het normaal. Bij het mentoruur doen we allemaal leuke opdrachten, en ik kan ook altijd bij mijn mentor terecht. En ik ga ook meedoen met het sporten, ik ga turnen. Online les was ok, maar het is veel leuker om in de klas te zitten met je vrienden.”

Tips

  • Zorg dat leerlingen voor de start op het vo al goed kunnen proeven van de school, bijvoorbeeld via persoonlijke rondleidingen en proeflessen. Maak het bijzonder voor ze.
  • Breng de nieuwe klas brugklasleerlingen alvast een keer voor de zomer samen, ook met de mentor erbij. Zo is de eerste ontmoeting na de zomervakantie minder spannend.
  • Maak ook al voor de start kennis met de leerlingen en ouders, zodat waar nodig al goede begeleiding kan worden opgestart/voorbereid.
  • Organiseer activiteiten, bijvoorbeeld op het vlak van sport en cultuur; dit helpt onder meer het groepsgevoel en de samenwerking in de klas te versterken.
  • Haal de jeugdzorg – in samenwerking met de gemeente – in huis. Hulp bieden aan leerlingen kan zo sneller en is laagdrempeliger.
  • Biedt bijles binnen de lessen, voor leerlingen voor wie dit volgens ouders en mentor echt van meerwaarde is. Maak dit dan niet vrijblijvend.
  • Kansrijk plaatsen is niet altijd het hoogst mogelijke niveau, maar waar leerling het beste past en het gelukkigst is. Biedt leerlingen vanuit daar altijd opties, om later nog naar ander niveau te gaan en/of binnen de klas bepaalde leerstof op ander niveau te doen.
  • Investeer in de mogelijkheid om personeel in verschillende soorten klassen (homogeen en dakpan) in te kunnen zetten – je kan dan op basis van de vraag van leerlingen (met welke adviezen komen ze binnen) je aanbod bepalen.

Contactgegevens school: m.vanloon2@curio.nl en m.debie@curio.nl. Artikel afkomstig van de website van de VO-raad.